Wij gebruiken cookies op de website. Analytische cookies laten ons geanonimiseerd zien hoe men de website gebruikt. Met die inzichten monitoren en verbeteren we fsin.nl. Lees meer

Ik ga niet akoord

En zo eten we over 50 jaar

De vakantie is vaak een periode van lichtvoetige bespiegelingen. Tijd voor een tussenbalans tijdens culinaire uitstapjes in onvermoede oorden. Zitten we nog op koers? Hoe staat het met de innovatieve slagkracht? Aan welke knoppen moeten we draaien? In de zomer doen we graag nieuwe inspiratie op om de toekomst te slim af te zijn, want wie soepel, vindingrijk en uitgekiend inspeelt op foodtrends is spekkoper. Toch?

19 juli 2019 - De vingerafdrukken op de glazen bol zijn niet meer te tellen. Het valt namelijk niet mee om grip te krijgen op de vele ontwikkelingen die ook nog eens op elkaar inwerken. Vergrijzing, migratie, nieuwe technologieën, de hang naar gezonder eten maar ook de invloed van klimaatverandering – ze bepalen in toenemende mate wat zoal op tafel wordt gezet. Outside, een Amerikaans magazine voor ondernemende vrijbuiters, ondervroeg recent vijf prominente deskundigen in de foodsector wat we over vijftig jaar kunnen verwachten. Wat daarbij het meest in het oog springt is het ontstaan van twee kampen die elkaar min of meer uitsluiten.

De ene groep consumenten ziet alle heil in sterk bewerkt voedsel waarmee de grenzen van gezond leven zo ver mogelijk worden opgerekt, een vorm van ‘biohacking’ – het verbeteren van cognitieve en fysieke prestaties. Op basis van hun DNA krijgen ze gepersonaliseerde voedingsstoffen voorgeschoteld, zo mogelijk in pilvorm. De andere groep gruwt daarvan. Deze consumenten willen zuivere, ongekunstelde, biologische terug-naar-de-natuur voedsel. De impact van de huidige voedselproductie op het milieu weegt hen zo zwaar, dat ze uitwijken naar andere opties zoals insecten. Wars van technologie zijn ze overigens niet: de 3D-printer staat gewoon in de keuken.

Van beide kampen lijkt de tweede aan gewicht te winnen. Duurzaamheid gaat de toekomst van food in z’n geheel raken, noteert Outside; de consument van morgen wil zich “hyperbewust” worden van de manier waarop het eten op z’n bord terecht is gekomen. Zeker, de dokter die gezond eten voorschrijft houdt het medicijnkastje dicht, en dat is vooral goed nieuws voor de laagopgeleiden die aan een betere levensstijl moeten worden geholpen. Maar de impact van food op de planeet moet tot een minimum worden beperkt.

Dat voedsel steeds meer in de morele sfeer wordt getrokken was ook de Wageningse emeritus hoogleraar Michiel Korthals opgevallen. De afgelopen twintig jaar zag hij een toenemende aandacht voor de ethische kanten van de voedselproductie en -consumptie, niet in de laatste plaats bij zijn studenten. In zijn vorig jaar verschenen boek Goed eten schrijft hij: “We missen een kader dat voeding met ons leven verbindt. De zaken zijn zo ingewikkeld en hebben zoveel kanten dat normale, mondige burgers er weinig meer van begrijpen en dan maar iets willekeurigs uit het schap pakken.” Om consumenten van dienst te zijn, vraagt hij nadrukkelijk aandacht voor de sociale en culturele waarden van ons eten. Voedsel als verbindend verhaal, opdat wij een “doordacht goed leven” kunnen leiden – “goed eten maken is even belangrijk als goed eten en schrijven”.

De contouren van een goed leven schemeren ook door in de ervaringen van columnist David Brooks van The New York Times. Vier maanden lang trok hij door Amerika, waarbij het hem opviel hoe belabberd het land erbij ligt. Het kost volwassenen zichtbaar moeite om zin en betekenis uit het leven te halen. Vrijwel niemand lijkt meer warm te lopen voor maatschappelijke activiteiten. Daarentegen sprak hij met vele jongeren die zich wel inspannen om de wereld een beetje beter maken. Hij heeft het zelfs over de generatie Z die “ziedend van morele passie” zich tegen de andere generaties afzet. En wat hem het meest frappeerde: ze spreken open over hun innerlijk leven, alsof ze hebben herontdekt dat het ieders taak is een beter mens te worden.

Deze jongeren, geboren grofweg tussen 1995 en 2010, zullen binnenkort in omvang ‘s werelds grootste generatie vormen. Veel studies zijn daarom op hen gericht. Amerikaans onderzoek laat zien dat ze naar verhouding meer geld aan voedsel besteden dan andere generaties. Ze gaan uit eten voor de sociale beleving, proberen van alles uit, zijn gevoelig voor impulsaankopen, maar willen ook het verhaal achter hun bord weten. De vegetarische trend, bijvoorbeeld, wordt ingegeven vanuit morele principes, zoals een zestienjarige het omschrijft. “Met alle individuele keuzes kunnen wij gezamenlijk het verschil maken.”

De oudste leden van generatie Z beginnen nu de arbeidsmarkt te betreden. Dan wordt het spannend. Wat zijn hun voorkeuren? Daar wie of wat laten ze zich leiden? Hoe belangrijk vinden ze gezond en duurzaam eten? Hoe doen ze boodschappen, wat geven ze uit en vooral, waar en waarom? Omdat in Nederland nog maar weinig gegevens voorhanden zijn, doen wij momenteel onderzoek naar deze onderliggende vragen. We willen weten hoe het zit met de jonge twintigers hier. Opdat we meer grip krijgen op de manier waarop de foodsector van de toekomst op dit moment wordt vormgegeven.

Tjirk van der Ziel
Tjirk van der Ziel
Manager research & publishing

Kan je iemand helpen met dit artikel? Deel het!