Kleinschaligheid en service rukken op - ook in food

Klein is in de mode. We zien het in de explosie van ZZP-ers en de bedrijfsverzamelgebouwen met de vele startups. Kleine bedrijven worden in de samenleving als sympathiek ervaren. We hunkeren naar echte service. We worden moe van de eindeloze keuzemenu’s en de anonieme dienstverlening. We willen persoonlijke aandacht van mensen die weten waarover ze het hebben en voelen een aversie als we bediend worden door anoniem uitzendpersoneel dat uitsluitend zijn klusje doet.

Dit artikel komt uit het rapport 'Top Topics 2014' en is geschreven door FSIN-directeur Jan-Willem Grievink

27 maart 2014 - Kleine bedrijven kunnen verhalen vertellen

Deze ontwikkeling staat nog maar aan het begin en krijgt invloed in de foodbranche. Ik vermoed dat we de komende jaren een revival krijgen van kleine concepten waar persoonlijke service een grote rol gaat spelen. Grote concerns die zich kenmerken door efficiency en marketing blijven er altijd, maar zij zullen in food vooral het mainstream segment voor hun rekening nemen. Ze leveren producten voor de massa, de commodities. Het zijn de kleinere bedrijven met unieke producten waar je een verhaal bij kunt vertellen (en die excellente service verlenen). Zij gaan zorgen voor echte groei en over hen gaat in de volksmond gesproken worden.


Kanaaldenken moet verdwijnen

De klassieke Nederlandse concepten zitten vrijwel allemaal nog vast in hun kanaaldenken en dat maakt vernieuwing lastig. Een supermarktondernemer voelt zich nog lang geen ‘lekker-eten-specialist’, een slager wil vlees kunnen snijden enzovoort. Maar de consument denkt niet in kanalen. Hij is ‘hybride’ en koopt overal waar concepten zijn die in zijn behoeftes voorzien. Het zijn juist de kleine ondernemers die daar het meest gemakkelijk mee omgaan. Zij stellen de consument helemaal centraal. Zowel kleine outlets, maar ook kleine leveranciers en zelfs boeren en tuinders zie ik in de voorhoede opereren van wat wij ‘blurring concepts’ noemen.

Er zijn ontwikkelingen in de samenleving die maken dat deze ‘blurring trend’ alleen maar sterker wordt. De opkomst van internet shopping en pickup points; cateraars, restaurants en speciaalzaken die ook thuis gaan bezorgen; consumenten die elkaar uitnodigen om wekelijks samen maaltijden in te kopen; retailers die ook een restaurantfunctie opzetten; bezorgdiensten die ook wel warme maaltijden willen brengen; stadswinkels die zich transformeren tot ‘ready-to-eat’ concepten enzovoort. Al deze innovaties komen vooral van kleine ondernemers in stedelijke omgevingen. Deze blurring trend biedt nieuwe kansen voor (kleine) leveranciers die juist met veel maatwerk en met veel service dit soort concepten voorzien van unieke producten waar een verhaal aan vastgeknoopt kan worden.


Minder klassieke supermarkten en restaurants

Deze trend betekent vooral iets voor de klassieke supermarkten en klassieke restaurants. Zij zullen de komende jaren te maken krijgen met omzetverlies. Dat betekent dat er uiteindelijk heel wat vestigingen dicht zullen moeten of moeten ombouwen naar deze nieuwe blurring concepten, tenminste als hun marktgebied dat mogelijk maakt. De werkelijkheid nu is dat er alleen nog maar vierkante meters klassieke supermarkt en restaurants bij komen. En dat gaat het probleem alleen maar groter maken. Net als bij de kantoorpanden.


Zien plus leren is inzien en vertalen

Wie maakt de foodsector wakker voor deze ontwikkeling die je heel gemakkelijk kunt zien aankomen? Als we wat beter zouden kijken naar andere landen met eenzelfde soort samenleving, dan zien we de ‘blurring reality’ volop bloeien. De Verenigde Staten en Engeland zijn – net als wij – een Angelsaksische samenleving en lopen qua trend op ons voor. Daarom ga ik in New York een opleiding organiseren voor Nederlandse beleidsmakers. Zodat ze niet alleen horen en leren over een nieuwe trend, maar met eigen ogen de succesvolle cases kunnen analyseren en vertalen naar kansen voor de Nederlandse markt. 

 

Dit artikel komt uit het Top Topics 2014-rapport en is geschreven door FSIN-directeur Jan-Willem Grievink. Het is een gezamenlijke studie van FNLI en GfK naar wat directieleden binnen de FMCG-branche in 2014 bezighoudt.

Kan je iemand helpen met dit artikel? Deel het!