Wij gebruiken cookies op de website. Analytische cookies laten ons geanonimiseerd zien hoe men de website gebruikt. Met die inzichten monitoren en verbeteren we fsin.nl. Lees meer

Ik ga niet akoord

Een vooruitblik naar 2025

De totale markt voor voedings- en genotmiddelen is in 2019 gestegen met ongeveer 4% tot ruim 62,5 miljard euro (oftewel een groei van 2,5 miljard euro). Die groei is iets hoger dan in 2018. De btw-verhoging alleen al zorgde voor een omzetgroei van 1,5 miljard euro. De echte groei is dus maar 1,5%. Gemakswinkels en bezorgconcepten hebben het in 2019 opnieuw uitstekend gedaan met een omzetgroei van meer dan 10%. De definitieve cijfers over 2019 zijn nog niet binnen. Die publiceren we in Q1 2020 voor onze leden op de website.

14 januari 2020 - Als er geen grote crisis komt, zullen we in 2025 de 75 miljard omzet in voedings- en genotmiddelen bereiken. En het grootste deel van de groei komt van de buitenshuisconsumptie, waar ook foodretailers zich steeds meer op gaan richten. Supermarkten en horecaketens worden nog meer concurrenten van elkaar.

Te veel verkooppunten horeca
Datlinq heeft becijferd dat het aantal horeca-outlets de laatste 6 jaar in Nederland met 11% is toegenomen. In Utrecht en Amsterdam zelfs meer dan 30%. De koek moet door steeds meer ondernemers worden verdeeld. In bijna alle Nederlandse gemeenten zien we dat leegstand wordt bestreden met het toestaan van steeds meer horeca-outlets. Daarnaast voegen modewinkels horeca-elementen toe aan hun concept. Dat betekent dat de meerderheid van de horecaondernemers (vooral in de beide genoemde steden) het moeilijk hebben. Bij de geringste economische tegenwind gaat dit alles leiden tot een sanering van verkooppunten.

Meer formules en grotere restaurants
Formules in Foodservice doen het veel beter dan losse restaurants. Gedetailleerde cijfers zijn niet beschikbaar, maar gemiddeld is de autonome omzetgroei van formules het dubbele van de niet-formulegebonden concepten. We verwachten op weg naar 2025 dat zowel het aantal formules in Nederland verder gaat groeien, als het aantal vestigingen van bestaande formules. Daarnaast verwachten we de opkomst van het fenomeen ‘discount-dining’. Dat zijn grote restaurants met een lage prijsstelling. De kenmerken van hun verdienmodel zijn een hoge omloopsnelheid en lage marge.

De omzetten van 2019 en een vooruitblik naar 2025
Klik op onderstaande afbeeldingen om deze te vergroten.

Jongeren zwengelen de groei aan
De beide jongere generaties (Millennials en Generatie Z) zijn nu al het meest actief in de buitenshuisconsumptie. Uit de FSIN Food Shopper Monitor 2019 blijkt dat jongere generaties veel vaker buitenshuis eten dan oudere generaties. Oudere generaties gaan maar half zo vaak uit eten, of zelfs nog minder. Dat geldt voor alle eetmomenten: ontbijt, lunch, lunch bedrijfsrestaurant en avondeten. Maar de jongere generaties besteden wel minder per bezoek. Toch is de gecombineerde optelsom – vaker uit eten, maar goedkoper – duidelijk: de jongere generaties geven veel meer geld uit buitenshuis. We kunnen die lijn doortrekken naar 2030 en dan betekent het dat deze beide jongere generaties straks goed zijn voor meer dan 65%* van de totale buitenshuisconsumptie. Gouden kansen dus voor zowel formules als merken om deze doelgroep aan je te binden. Daar zijn wel investeringen voor nodig, want de meerderheid van de huidige horecaconcepten (restaurants en cafés) is voor de jongere doelgroep totaal niet relevant.

* Berekening op basis van het gemiddelde van de vier eetmomenten buitenshuis: ontbijt, lunch, lunch bedrijfsrestaurant en avondeten. Bron: FSIN Food Shopper Monitor 2019, uitgevoerd in 2018, N=4.052

Retail wint terrein terug
Supermarkten slagen erin om een steeds groter deel van de directe consumptie naar zich toe te trekken. Daarnaast treden ze vaker op als leverancier aan horeca- en cateringlocaties. Dat is een van de redenen dat supermarkten het in 2019 redelijk goed hebben gedaan. De verwachting is dat retailers richting 2025 nog meer terrein gaan winnen doordat ze in toenemende mate ook de rol van gemakswinkels en eetwinkels gaan vervullen. Een kwart van de supermarkten gaat de komende 10 jaar in feite een ‘superant’ worden, een mengvorm van horeca en retail.

Meer stads- en eetwinkels
Consumenten gaan op weg naar 2025 minder weekboodschappen doen en beslissen pas op het laatste moment wat, waar en hoe ze die avond gaan eten. Daarom komen er veel meer verkooppunten waar ze kant-en-klaarmaaltijden kunnen kopen. Dat zal vooral in de grote steden als eerste zichtbaar worden. De aangekondigde samenwerking tussen Jumbo en Hema zal die ontwikkeling versnellen omdat Hema al in veel stadscentra aanwezig is.

Online boodschappen loopt vast
De groei van het bezorgen van boodschappen gaat nog een tijdje door. Nu zijn ze goed voor 4% marktaandeel. Maar tot op dit moment is er nog geen enkele organisatie die er geld mee verdient. Uiteindelijk gaat dat een keer vastlopen, ook al verdienen online verkopers wat terug met het verkopen van de data en testresultaten van innovaties. De consument zou moeten gaan betalen voor de kosten, maar dat durft niemand aan. Daarom vermoeden we dat er voor online boodschappen een soort natuurlijke grens komt te liggen bij 9 tot 10% marktaandeel in 2030.

Maaltijdbezorgers: verdubbeling
Het bezorgen van maaltijden was in 2019 goed voor ongeveer €2 miljard. Dat blijft nog lange tijd een groeimarkt. We verwachten de komende 6 tot 10 jaar een verdubbeling. Niet in de laatste plaats doordat er steeds meer ouderen komen die niet meer zelf willen koken. Daarnaast gaan maaltijdbezorgers zich richten op de zakelijke markt. Vooral de klassieke cateringconcepten zullen daar ‘last’ van ondervinden. Tenzij ze zich omvormen tot grootkeukens (dark kitchens) en via bezorgconcepten juist nieuwe markten gaan bedienen.

Ruimte voor ‘foodpaleizen’
In veel Westerse landen is de bovenkant van de foodmarkt goed ingevuld met luxe belevingswinkels waar je premium foodproducten kunt kopen en die ook ter plekke kunt consumeren. Denk aan Wholefoods of Eataly. In Nederland hebben we de Jumbo Foodmarkt, maar dat is nog maar een beperkte invulling van zo’n concept. Als we geen grote crisis krijgen, is de verwachting dat in Nederland zo’n concept kansrijk is. Mogelijk ingevuld door een buitenlandse formule.

Leveranciers moeten zich heruitvinden
Kleine leveranciers en kleinere merken hebben de wind in de zeilen. Vooral bij kleine (semi-ambachtelijke) biermerken is dat nu al goed zichtbaar. Dat fenomeen gaat toenemen. Vooral omdat de beide genoemde jongere generaties totaal andere eisen stellen aan producten die ze willen kopen. Producten met een (eerlijk) verhaal worden omarmd. En vegetarische en veganistische assortimenten blijven groeien. Een (klein) deel van de jongere generatie wantrouwt zelfs grote producenten met voorverpakte, lang houdbare producten.

“Kleine leveranciers en kleinere merken hebben de wind in de zeilen. Dit fenomeen gaat toenemen.”

Vraagstukken voor leveranciers

  • Consumenten willen meer ambachtelijke producten die zo vers mogelijk zijn.
  • Ze willen graag zien hoe ‘hun product’ wordt klaargemaakt.
  • Ze zoeken straks nog meer het verhaal achter een product of leverancier. Liefst zelfs het verhaal van de boer, tuinder of teler zelf.
  • Een deel van de horecaformules wil het liefst rechtstreeks kopen bij boeren en tuinders.
  • Van leveranciers wordt vanzelfsprekend verwacht dat ze duurzaamheid, dierenwelzijn en ethisch handelen in praktijk brengen.
  • Niet alle retailers zullen zelf gaan koken of produceren in hun winkels, daarom ontstaan er vaker ‘dark kitchens’ en ‘systeemgastronomen’ die maaltijden en maaltijdcomponenten leveren aan retailers, maar ook aan de horecaformules. Dat betekent dat leveranciers nieuwe soorten klanten krijgen met nieuwe verwachtingen en nieuwe eisen.
  • Leveranciers moeten zich nog meer (kunnen) bemoeien met operationele vraagstukken van foodformules. Ze moeten ondernemers kunnen ontzorgen.
  • Leveranciers moeten niet langer blijven denken in afgebakende afzetkanalen. De grenzen vervagen en de oude indeling in segmenten en klantendoelgroepen voldoet niet meer.
  • Grossiers zullen vaker een platform (moeten kunnen) creëren waar vraag (van een formule) en aanbod (van kleine leveranciers) elkaar ontmoeten.
  • Het noodzakelijke logistieke vernuft om al dit soort goederen bij een formule te brengen, wordt een nieuw onderscheidend vermogen voor een grossier of logistieke serviceprovider.
  • Hele sterke merken met een hoge consumentenwaardering zullen vaker rechtstreeks de consument beleveren. Wellicht via bestaande online platforms.
  • Het zal niet meer zolang duren voordat ook Amazon of Alibaba (of een andere gigant) ook het verdienmodel van de Nederlandse spelers (ook leveranciers) in de war gaat schoppen. Tegelijk biedt dit ook tal van nieuwe mogelijkheden.

Jan-Willem Grievink, Directeur FoodService Instituut Nederland

Over FoodStrategy

Dit artikel vormt één van de vele verhalen in het uitgebreide januari-nummer van FoodStrategy. FoodStrategy is een publicatie verzorgd door The Food Research Company in opdracht van het FoodService Instituut Nederland (FSIN). The Food Research Company is verantwoordelijk voor alle publicaties van het FSIN. Dit artikel is geschreven door Jan-Willem Grievink en fotografie: Shutterstock  en Eljee Bergwerff Photography.

Voor leden

FoodStrategy is alleen beschikbaar voor leden van het FSIN en te downloaden door in te loggen op de site. Nog geen lid van het FSIN? Lees meer over de voordelen van een bedrijfslidmaatschap van het FSIN en doe mee!

Kan je iemand helpen met dit artikel? Deel het!