Wat leren we van het buitenland?

Wat leren we van het buitenland?
Gepubliceerd op: 10 september 2012

Om meer inzicht te krijgen in toekomstige ontwikkelingen in de Nederlandse foodservicebranche, houdt FSIN de markten in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland nauwlettend in de gaten. Een deel van de trends in deze landen, verovert op den duur ook ons land, weten we uit ervaringen. Welke lessen kunnen we trekken uit de ontwikkelingen die we momenteel over de grens signaleren? Het FSIN zet er in de nieuwe beleidsmonitor vijf op een rij.

  1. Meer variatie in assortiment
    We zien in de voorbeeldmarkten dat formules hun assortiment uitbreiden om op meerdere terreinen variatie te bieden. Meer gezonde producten bijvoorbeeld om nieuwe doelgroepen te bereiken die bewust en verantwoord willen eten. Meerdere portiegroottes om een gerecht passend te maken voor meerdere eetmomenten per dag (van ontbijt tot late night) en om meer doelgroepen te bereiken (bijv. kleinere porties voor kinderen, senioren en lijnende vrouwen). Meerdere kwaliteitsniveaus (normaal en premium) om variatie in verkooprijzen te bereiken.

    De rest van dit nieuwsbericht is alleen voor leden beschikbaar! Klik op 'volgende' om te gaan naar de volgende trend: meer hybride concepten.


     

  2. Meer hybride concepten
    De grenzen tussen kanalen en tussen bedrijfsformules vervagen. Bij steeds meer bedrijven wordt het lastig een duidelijk stempel op te drukken: is het een lunchroom, een restaurant, een cateringbedrijf, een koffiecafé? Het vloeit allemaal samen in één concept dat in de loop van de dag een andere gedaante aanneemt of juist de gehele dag hetzelfde ruime assortiment aanbiedt. Je ziet meerdere functies onder één dak, zonder dat er fysieke obstakels (tussendeuren aparte entree) zijn voor de gast.
     
  3. Meer scheiding tussen kooplocatie en consumptielocatie
    Door de jachtige samenleving, de toegenomen mobiliteit en de sterke technologische vooruitgang eten consumenten minder vaak eten en drinken op de plaats waar het gekocht is. Pompshops breiden hun foodassortiment uit, centrale ruimtes bij treinstations en luchthavens groeien uit tot foodcourts, het aanbod take away en on the go groeit behoorlijk en dankzij smartphones en tablets bestellen mensen veel vaker online eten voor consumptie thuis, op het werk of zelf in een park of op het strand. Natuurlijk blijven de sit down locaties bestaan, maar de consument eet en drinkt steeds mobieler.
     
  4. Meer communicatie met consumenten
    De consument is de bepalende factor bij de vernieuwing van concepten en de ontwikkeling van nieuwe formules. De consument denkt dus niet in kanalen, maar in producten, in sferen en in functionaliteiten. Grote ketens in het buitenland – en ook in Nederland – verrichten steeds meer onderzoek naar de wensen en behoeften van consumenten. Ze willen een scherper beeld krijgen van wat de gasten op welke momenten van de dag wil consumeren en welke randvoorwaarden nodig zijn om de aankoopbeslissingen positief te stimuleren. Daarnaast voeren ze de communicatie via de social media op. Speciale medewerkers scannen Twitter, Facebook en reviewsites af op reacties op hun bedrijf en reageren daar alert op. Grote ketens bouwen daarnaast uitgebreide digitale gemeenschappen op, bijvoorbeeld op Facebook. Ze laten consumenten meedenken over nieuwe producten, over promotie- acties of over het interieur van het bedrijf.
     
  5. Goedkope menu’s winnen terrein
    Door de economische omstandigheden van de afgelopen jaren, heeft het aanbieden van goedkope menu’s een hoge vlucht genomen. Frankrijk was daar altijd al een voorloper in en ook de grote fastserviceketens voeren beiden al heel lang aantrekkelijke meal deals aan. In VS en UK is dat verschijnsel ook in het segment casual dining sterker aanwezig dan voorheen. Onder het motto ‘liever wat minder marge per gast, maar wel voldoende bezoekers’ dalen de menuprijzen of zetten restaurants vaker in op aanbiedingen. Al dan niet via kortingsites: Groupon is niet voor niets een Amerikaans initiatief. Verwachting is dat de buitenshuisconsumptie in Nederland behoorlijk zou stijgen als er meer dagmenu’s tussen €10 en €15 worden aangeboden.

In de beleidsmonitor hebben we voor leden nog veel extra pagina's over internationale trends, kansen daaruit en ook een vervolg op dit artikel, waarin we praten over kansen voor leveranciers op basis van deze 5 lessen. (zie daarvoor pag. 55 van de monitor!)

Delen

Log in om te reageren. Inloggen