Quo Vadis Sessie: “Een goed concept”

Quo Vadis Sessie: “Een goed concept”
Gepubliceerd op: 1 november 2012

Waarheen leidt de weg voor de Nederlandse foodservice in 2013 en 2014? FSIN hield woensdag 17 en donderdag 25 oktober zijn eerste Quo Vadis Sessies. Doel van deze sessies: de cijfers in de FSIN-boeken tastbaarder en behapbaar te maken.

FSIN-directeur Jan-Willem Grievink lichtte tijdens de bijeenkomst de gegevens uit de recent verschenen Foodservice Beleidsmonitor 2013 toe. “Om de cijfers in de boeken meer tastbaar en behapbaar te maken,” zei Grievink bij de aftrap in een flank van het FC Utrecht-stadion. Grievink liet steeds cijfers en trends passeren in korte presentaties van vijf minuten, waarna de aanwezige FSIN-leden er kort over van gedachten wisselden.

Recessie belemmert bewegingsruimte
Het thema dat als een rode draad door de discussies liep, was de recessie. Menigeen gaf aan dat met name de klassieke horeca en de catering, zoals de FSIN-cijfers ook aantonen, in de hoek zitten waar de klappen vallen. De economische crisis, gecombineerd met oplopende voedselprijzen op de wereldmarkt en concurrentie op prijs, maakt de bewegingsruimte op alle fronten uiterst gering.

Een van de deelnemers aan de sessie merkte op: “Het is een wonder dat het aantal faillissementen in de horeca niet veel hoger ligt. Kennelijk gaan heel veel ondernemers net zolang door tot het echt niet meer gaat, tot alle reserves op zijn en de rekeningen echt niet meer betaald kunnen worden.”

Wanneer is de recessie voorbij?
Het liefst hadden de aanwezigen tijdens de beide Quo Vadis Sessies willen horen wanneer de recessie voorbij is. Dat antwoord kon Grievink, net als alle economen in de wereld, niet geven. Wel stelde hij dat er maar één manier is om het moeilijke economische tij te weerstaan: zorgen dat je bij de winnaars hoort. Feitelijk ben je tegenwoordig al een winnaar als je de omzet en het resultaat minimaal gelijk kunt houden. Grievink: “Winnaars worden sterker en niet-winnaars gaan de echte klappen krijgen…”

Category Management
Meer dan eens kwam daarnaast aan de orde dat de foodservice op het gebied van category management (het runnen van elke categorie van het assortiment als een aparte business), nog een slag te maken en een wereld te winnen heeft. Dit geldt volgens enkele aanwezigen evenzeer voor het beleid op het gebied van prijsdifferentiatie, een aspect dat des te belangrijker is nu veel mensen minder geld in de portemonnee hebben. “Supermarkten bieden bijna standaard in alle productgroepen drie kwaliteiten aan met elk hun eigen prijsniveau. De foodservice blijft op dit gebied achter bij retail.”

Enkele andere onderwerpen waarover de leden, waaronder fabrikanten, outlets en grossiers, van gedachten wisselden:

  • Het nog steeds dalende consumentenvertrouwen, het (te) hoge prijspeil in de horeca en het (te) lage prijspeil in foodretail. Supermarkten spelen nog nauwelijks in op de behoefte aan meer convenience en vormen een stille kracht, lees: bedreiging voor foodservice.
  • Het effect van de leegstand in de binnensteden op de horeca. In de vastgoedsector leeft de verwachting dat de crisis aanhoudt tot 2017.
  • De opkomst van de kleine, lokale horeca-ondernemer versus de rationele systeemgastronomie en de uitdaging om ‘kwaliteit schaalbaar te maken’
  • De cateringmarkt die zich kenmerkt door een top 3 ‘die stil staat, log is en niet goed in staat om waarde toe te voegen’.
  • De toekomstige rol van de grossier: vervoerder of service-organisatie? “Als outlet wil ik grip op de leverancierskant”, zei een van de aanwezigen, die de groothandel puur ziet als voorraadhouder en distributeur. Volgens andere leden moeten grossiers horeca-ondernemers bedienen die zowel ‘emotioneel’ als ‘rationeel’ inkopen. Online gaat daarin een grote rol spelen, voorspellen ze.
  • De functie van het A-merk. Volgens de deelnemers is de functie en de rol van merkcommunicatie sterk afhankelijk van de locatie, de beleving en de credibility van het concept op die locatie. Sommige concepten zijn zo sterk dat een huismerk geloofwaardig is, zonder dat het als ‘goedkoop’ wordt gezien.
  • “Er zullen meer hybride concepten ontstaan”, sprak een van de deelnemers. “Onderscheidende concepten, lenige concepten, met passie voor het ambacht, niet kopieerbaar en dus niet vergelijkbaar op prijs.” “De ondernemers onderscheiden zich van de managers”, vulde een andere deelnemer aan. “De consument wil beleving, geen uitgeklede kostenpropositie.”

 

Gedurende de sessies van ieder drie uur serveerde Smaak (een sensorisch zalencentrum bij De Galgenwaard in Utrecht, waar de bijeenkomsten plaatsvonden) tussendoor kleine lichte brainfoodgerechten. Hierdoor werd de beschikbare tijd aan het einde van de middag doelmatig gebruikt en was sprake van weinig verlies aan kostbare arbeidstijd. “De Quo Vadis Sessie is een goed concept,” luidde het oordeel van de aanwezigen na afloop.

Delen

Log in om te reageren. Inloggen