Patrick Bramer is aangetreden als nieuwe algemeen directeur van het FoodService Instituut Nederland. In een eerste colum...
11 juni 2026
Lidl, volgens de Superlijst Groen (Questionmark en Milieudefensie) de meest duurzame supermarkt van Nederland, stond er deze week gekleurd op in de media. Driekwart van de Lidl-medewerkers heeft een ongezond hoge werkdruk en bijna een derde meldde zich het afgelopen jaar ziek door die druk. Dat bleek uit een werkdrukonderzoek van de FNV. In een artikel in het FD zegt Lidl ‘zeer onaangenaam verrast te zijn’ door het onderzoek en claimt het bedrijf dat de werkdruk onder het gemiddelde ligt (artikel FD).
Nu is een vakbond geen neutrale waarnemer, maar je kunt het signaal ook niet zomaar wegwuiven. De hoge werkdruk bij Lidl is bovendien geen incident, de FNV mat hem al eerder en ook de arbeidsinspectie bemoeide zich ermee.
Koploper en probleemgeval tegelijk. Hoe kan dat? Het antwoord is te vinden in het duurzaamheidsmodel, dat wij FoodService Instituut Nederland (FSIN) in 2023 lanceerden en dat voor alle foodbedrijven een instrument zou moeten zijn op weg naar duurzaam ondernemen.
Het FSIN-duurzaamheidsmodel zegt dat een duurzame onderneming langetermijnwaarde creëert op zowel economisch, sociaal en ecologisch gebied, waarbij die drie gebieden met elkaar in evenwicht zijn. De drie activiteiten mogen geen negatief effect hebben op elkaar. Het doel is om niet alleen financiële winst te behalen, maar ook waarde te creëren voor alle belanghebbenden, inclusief medewerkers, klanten, leveranciers, lokale gemeenschappen en het milieu. Een vereist instrument is governance: het opstellen van duidelijke duurzaamheid-richtlijnen en het implementeren van meetbare doelstellingen en prestatie-indicatoren en het vaststellen van verantwoordelijkheden en verplichtingen op alle niveaus van de organisatie.
In het FSIN model (terug te vinden in de FSIN-publicatie Beyond) definiëren we duurzaam ondernemen als het creëren van langetermijnwaarde op drie gelijkwaardige assen - economisch, sociaal en ecologisch - die niet los van elkaar kunnen worden gezien. Een duurzame onderneming heeft op alle drie de assen een positieve impact én die drie activiteiten mogen geen negatief effect op elkaar hebben. Een bedrijf dat positief scoort op ecologische impact ten koste van de medewerkers, is volgens de FSIN-definitie niet duurzaam.
In de praktijk zien we dat de keuzes die foodbedrijven maken op hun weg naar duurzaam ondernemen, enorm uiteenlopen. De een kiest voor het verminderen van de C02-uitstoot, de ander voor gezondere producten, een derde kiest voor duurzaam personeelsbeleid. Het tempo waarin foodbedrijven de weg naar duurzaam ondernemerschap afleggen verschilt, maar geen enkel bedrijf in de foodsector voldoet op dit moment aan de FSIN-definitie van een 100% duurzame onderneming. Dat is geen schande. Het FSIN-model moet vooral gezien worden als een bruikbaar instrument op de lange weg van verduurzaming. Volledig duurzaam is een ideaal, een verre stip op de horizon, geen doel op zich.
Wie het FSIN-model over de duurzaamheid-strategie van Lidl legt, ziet dat het bedrijf al veel doet, op alle drie de terreinen. Ecologisch ligt er een klimaatstrategie met gevalideerde doelen: net zero in 2050, 52% minder directe uitstoot in 2030, een eiwittransitie naar 60% plantaardig. Economisch levert het bedrijf werkgelegenheid en betaalbaar en gezond voedsel, met een groeiende omzet. En sociaal is er ook een missie: jaarlijkse mensenrechten-assessments, leefbaar loon in de keten in kaart brengen, minimaal 30% vrouwen in leidinggevende functies. Aan ambitie op de drie assen ontbreekt het niet bij Lidl. So far so good. Je wordt niet zomaar de meest duurzame (en succesvolle) supermarkt.
Waar Lidl niét aan voldoet is aan de voorwaarde dat de drie activiteiten - economie, ecologie, sociaal - in evenwicht zijn en positief in elkaar grijpen. Die voorwaarde is onverbiddelijk. Een bedrijf dat zijn ecologische of economische cijfers verbetert ten koste van zijn medewerkers, wordt in het FSIN-model niet duurzamer. Dat is geen waardecreatie, maar waardeverschuiving. Waarbij we ons heel goed realiseren dat het voor een supermarktketen ontzettend lastig is om op alle punten goed te scoren. Ga er maar aan staan: een uitgestrekte toeleveringsketen, tienduizenden mensen op de vloer, een mega carbon foodprint en een moordend concurrentieveld waarin al je goede intenties zomaar kunnen smoren.
De weg die een bedrijf aflegt naar duurzaam ondernemen, is op te delen in 5 fasen. Governance op het gebied van duurzaamheid begint in fase 3. In de fasen 1 en 2 bevinden zich bedrijven die op een of meerdere gebieden wel duurzame initiatieven ontplooien, maar dat niet goed kunnen waarborgen en daaraan geen succesvol businessmodel koppelen. Vanaf fase 3 is een bedrijf doelgericht met duurzaamheid bezig. In fase 4 en 5 gaan bedrijven meten en sturen op de economische, sociale én ecologische impact. In de laatste fase is een bedrijf volledig duurzaam, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat ideaal voor maar weinig bedrijven is weggelegd. Deze uitdaging is zonder goede governance onmogelijk.
Juist daarom vormt governance het hart van het FSIN-duurzaamheidsmodel. Duurzaam ondernemen is een ingewikkelde balans, blijkt uit de Lidl-case. Governance (integer bestuur, transparantie over de duurzaamheid-doelstellingen, (meetbare) resultaten op economisch, ecologisch en sociaal vlak en de verantwoording daarover aan de stakeholders) maakt van goedbedoelde intenties een duurzame onderneming. Tekenend voor die meet-asymmetrie is dat de onafhankelijke accountantsverklaring in het verslag precies drie KPI’s dekt. En die zijn alle drie ecologisch of gezondheid-gerelateerd (voedselverspilling, Nederlandse groente en fruit, Schijf van Vijf). Geen enkele sociale of economische indicator is extern geborgd: zelfs de verificatie concentreert zich op de as die al het sterkst stond.
Het meetbaar maken van de impact - de zogenaamde 'materialiteit-meting’ van het bedrijf - is een belangrijk onderdeel van governance. Dat betekent: het opstellen van duidelijke duurzaamheid-richtlijnen en het implementeren van meetbare doelstellingen en prestatie-indicatoren en het vaststellen van verantwoordelijkheden en verplichtingen op alle niveaus van de organisatie. (Dat het meetbaar maken van je impact niet de leukste klus is, weet elk bedrijf in de foodsector inmiddels. Probeer maar eens inzicht te krijgen in de CO2-uitstoot van jouw complete keten).
Juist bij governance liggen bij Lidl kansen voor verbetering. Lidl heeft ambities op alle drie de duurzaamheid-assen, maar meet en rapporteert niet op alle assen even goed, blijkt uit Lidl’s eigen duurzaamheid-verslag. De best ontwikkelde as, dat zal weinigen verbazen, is ecologie. Doelen als CO2-reductie, vermindering van voedselverspilling, verpakkingsreductie en eiwittransitie zijn meetbaar geformuleerd met vrijwel overal een getal, jaartal en basisjaar. De methodiek is extern gevalideerd en bovendien rapporteert Lidl over de voortgang.
De economische impact wordt door Lidl niet volgens het FSIN-model gemeten. Lidl rapporteert wel geconsolideerde groepscijfers via de Lidl Stiftung, maar landspecifieke (Nederlandse) winstcijfers ontbreken bij de Duitse GmbH-structuur. En bredere economische waarden, zoals werkgelegenheidsdoelen, innovatie, belastingbijdrage en welvaartscreatie in de keten, zet het bedrijf niet als meetbare doelstelling neer. Anders gezegd: de economische impact wordt niet volgens het FSIN-model gemanaged en gemeten.
Op de sociale as is het beeld gemengd. Er zíjn meetbare sociale doelen en cijfers, zoals 33,1% vrouwen in leidinggevende functies (doel ≥30%), het dichten van de loonkloof voor 10.000 bananenplantage-arbeiders, een stijging van het aandeel fairtrade producten, een toename van de verkoop van gezonde producten aan consumenten (Schijf van Vijf). Als het gaat om het eigen personeel, noemt het verslag een daling van het verzuimcijfer van 5,7% naar 5,6% met streefrichting, plus een doorlopende tevredenheid-meting.
Wat Lidl niet doet is het verzuim en verloop koppelen aan de werkdruk. Bovendien is het genoemde verzuim in het duurzaamheid-verslag geaggregeerd: een dalend gemiddelde sluit verslechtering bij deelgroepen niet uit. Precies daar waar de FNV meet en de vinger op de zere plek legt, meet Lidl zichzelf onvoldoende. Zodra Lidl het FSIN-model volgt en de governance van haar sociale impact op hetzelfde niveau brengt als van de ecologische impact, zet het een enorme stap op weg naar 100% duurzaamheid. En blijft een mediarel als die van afgelopen week voortaan uit.
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap