Extreem warme weersomstandigheden en stakingen in het openbaar vervoer hebben het FSIN Food500 Congres 2026 op woensdag...
De waarde van gemak, volgens filosoof Bas Haring
Bas Haring was de keynote-spreker tijdens het FSIN Food500 Congres 2026. De filosoof ging op geheel eigen wijze dieper en filosofisch in op het congresthema De waarde van gemak. Lees hieronder zijn relaas.25 juni 2026
'Mensen die na 1980 geboren zijn behoren tot de zogenaamde Gemaksgeneraties. Die kopen liever eten dan dat ze het zelf maken en laten het ook nog eens bezorgen. Of ze eten en drinken onderweg; een belegd broodje of een luxe kop koffie. Aan de andere kant kennen ook de mensen uit de Gemaksgeneraties beperkingen en kunnen ze niet alleen maar doen wat makkelijk en prettig is. Het schijnt dat de verkoop van dure koffies alweer wat daalt. Bedrijven in de voedselsector moeten verstandig inspelen op de grillen en wensen van de Gemaksgeneraties en het is best logisch dat het FSIN mij – als filosoof – gevraagd heeft om stil te staan bij 'De waarde van gemak'.
Zo op het eerste gezicht is het geen vreemde frase; hij lijkt op 'De waarde van vriendschap' of 'De waarde van natuur' en dat zijn beide onderwerpen waar oeverloos over is nagedacht. Maar De waarde van gemak is een beetje onontgonnen terrein. Gemak komt helemaal niet voor op de talloze lijstjes met waarden die al bestaan sinds Aristoteles. Daarop staan dingen als gezondheid, eerlijkheid, moed en de eerdergenoemde vriendschap. Bovendien komt voedsel zelf voor op al dit soort lijstjes – vaak helemaal bovenaan. Maar gemak dus niet.
Iets anders?
Is gemak misschien een nieuwe waarde; een waarde waar men vroeger geen oog voor had? Of is er iets anders aan de hand?
Het antwoord wordt gegeven door een commercial voor een nieuwe bezorgdienst die ik onlangs zag. Die eindigde met: 'Lekker gemakkelijk toch? Dan heb jij tijd over voor de dingen die er écht toe doen.' De commercial laat mooi zien dat gemak geen waarde is van zichzelf; het is iets dat andere zaken mogelijk maakt die wél van waarde zijn. Als voedsel gemakkelijk is, dan is dat prettig, niet vanwege de waarde van gemak, maar omdat je dan tijd hebt voor andere zaken van waarde.
'Wat is de waarde van gemak?' wordt dan een vreemde vraag. De vreemdheid van de vraag wordt nog eens bevestigd door een iets andere bespiegeling. Je kunt gemak beschouwen als het tegenovergestelde van moeite, en moeite kun je zien als kosten. Wanneer je iets koopt, dan zijn er twee kosten: één het bedrag dat je betaalt en twee de moeite die je doet – door naar de winkel te lopen, of wat dan ook. Gemak betekent lage kosten: goedkoop zijn. De vraag 'Wat is de waarde van gemak?' wordt dan 'Wat is de waarde van goedkoop zijn?' Of concreter: 'Wat is het u waard dat deze kop koffie goedkoop is?' Nou... precies zoveel totdat 'ie duur wordt!
Het is niet onverstandig om 'gemakkelijk' te interpreteren als 'goedkoop'. Als een hele generatie kiest voor gemak, dan lijkt er iets nieuws aan de hand te zijn. Een verandering; iets waarop ingespeeld moet worden. Maar als gemak hetzelfde is als goedkoop, dan is er niets nieuws onder de zon: Nederlanders kiezen al decennialang voor goedkoop. Helemaal als het om voedsel gaat.
Moeite
De prijs van moeite (het tegenovergestelde van gemak) wordt bepaald door het uurloon dat iemand kan ontvangen en door de werkgelegenheid. Als er veel werkgelegenheid is en het uurloon is hoog, dan is het rationeel en economisch om een maaltijd te laten bezorgen, of om extra te betalen voor gemaksvoedsel. Iemand maakt dan als het ware de volgende afweging: 'Wat kost me minder: een uur besteden aan het doen van boodschappen en het koken van een maaltijd, of een kant-en-klaarmaaltijd laten bezorgen en een uur over hebben?' Als dat uur overeenkomt met een hoog bedrag, dan is de keuze makkelijk. En dat de omzet in de dure-koffie-branche daalt, is ook volkomen helder. Dat heeft niks te maken met een afnemende interesse in gemak, maar is gewoon een economisch fenomeen: het uurloon erodeert als gevolg van inflatie en er is onzekerheid over (toekomstige) werkgelegenheid.
Andere, schijnbare keuzes voor gemak inzake voedsel, zijn ook economisch te interpreteren.
Wij kennen de traiteur als een klassieke, misschien zelfs wat ouderwetse, leverancier van luxe gemaksvoedsel: belegde broodjes, huisgemaakte patés en mooie salades. Maar de traiteur was oorspronkelijk – eeuwen geleden – de verkoper van voedsel aan mensen die zich geen keuken konden permitteren. Niks keuze voor gemak, maar een economische overweging: zelf koken was te duur.
Zoiets zie je nu in Zuidoost Azië; daar eet men vaak buiten de deur – streetfood. Dat lijkt misschien een keuze voor gemak, maar is prima economisch te begrijpen. Als iedereen heel vaak uit eten gaat, dan wordt dat relatief goedkoop. Precies zoals met brood: als zelf bakken de norm is en slechts een paar mensen af en toe een brood kopen, dan is zo'n brood van de bakker superduur. Maar als iedereen zijn brood koopt in plaats van bakt, dan wordt een 'bakkersbrood' betaalbaar. En in New York hebben appartementen vaak maar een summiere keuken. Dat is te begrijpen als een keuze voor gemak: je kunt daar overal uit eten gaan. Maar het is ook als een economische overweging: woonoppervlak is er duur en een echte keuken is al snel te prijzig.
Bovendien geloof ik niet dat de keuze voor gemak zo gebonden is aan een generatie, of iets nieuws is: zelfrijzend bakmeel wordt al bijna tweehonderd jaar verkocht. Toch echt een helder voorbeeld van een gemaksproduct: je hoeft het bakpoeder niet zelf door de bloem te mengen. En toen ik klein was reed de SRV-wagen door onze straat: een mobiele supermarkt die je kunt interpreteren als een voorloper van Picnic. Lekker makkelijk!
Soylent
En ten slotte, om nog meer vraagtekens te zetten bij de waarde van gemak, wil ik nog Soylent noemen. Toch wel het ultieme gemaksvoedsel. Soylent is een poeder dat ontwikkeld is voor consultants in Silicon Valley. (Die hebben een zeer hoog uurtarief en voor hen gaat zelfs het eten zelf gepaard met hoge kosten.) Meng Soylent met wat water, klok het naar binnen en je kunt uren vooruit. Soylent is zo ontworpen dat je jaren kunt overleven op slechts Soylent. (Er zijn mensen die het maanden volgehouden hebben.) Maar horen wij nog over Soylent? Ligt het in de schappen als extreme oplossing voor de gemaksgeneratie? Nee.
Waarom horen we nauwelijks nog over Soylent en soortgelijke producten? Omdat eten iets anders is dan de was doen. De was doen heeft van zichzelf geen waarde: weinig mensen beleven er plezier aan. (Wel aan schone was, allicht.) Dus hoe gemakkelijker het wassen gaat, hoe beter. Maar eten is plezierig; daar kan het nooit slechts om gemak gaan. Het is lastig om een activiteit te vinden die goed met eten te vergelijken is. (Maar zo'n vergelijking kan wel leerzaam zijn.) Eten is noodzakelijk, prettig en iedereen doet het regelmatig. Bloemen kopen, om maar een poging te wagen, is dan wel prettig en sommigen doen het regelmatig, maar is niet noodzakelijk. Misschien is shoppen een redelijke vergelijking. Dat is in zekere zin noodzakelijk, we doen het regelmatig. En het kost aan de ene kant tijd, maar aan de andere kant vinden mensen het (soms) leuk.
Ook bij shoppen zie je een verschuiving naar gemak: mensen kopen meer online en laten boodschappen bezorgen. Maar gemak is niet het enige: mensen doen ook voor hun plezier en met aandacht boodschappen. Er staan regelmatig files bij de Designer Outlet in Roermond; en dit is niet alleen omdat het daar goedkoop is. En er zijn talloze stadscentra waar het plezierig shoppen is: in Deventer, Maastricht en Amsterdam. In andere takken van sport kun je eenzelfde tweedeling maken: aan de ene kant lekker gemakkelijk, en aan de andere kant met kwaliteit en aandacht. Mensen luisteren lekker makkelijk muziek; via streaming diensten, die bovendien voor je kunnen kiezen als ze je smaak voldoende goed kennen. Makkelijk! Maar aan de andere kant gaan mensen regelmatig naar live concerten. Daar reizen ze zelfs voor af naar andere landen en zulk concertbezoek kost substantieel veel geld en moeite.
Risico
Ik denk zelfs dat er een risico zit in het benadrukken van gemak. (Let wel: voor mij is gemak dus ongeveer hetzelfde als goedkoop.) Je ontkent dan dat je product van waarde is; iets leuks. Dat een wasmachine-verkoper adverteert met 'was-gemak' is logisch. Zoals ik al eerder schreef: wassen is niet leuk. Maar stel dat een juwelier hetzelfde doet: 'Binnen tien seconden ontwerpen we uw ideale gouden ring en morgen ligt 'ie in de bus.' Dan verliest zo'n gouden ring aan waarde.
Bovendien is gemakkelijk een te eenvoudige kwalificatie die geen recht doet aan andere zaken die ook het geval zijn. Stel je voor dat een autofabrikant zegt: 'Laat ons uw sportwagen bouwen. Lekker makkelijk!' Dan is dat aan de ene kant waar: het is inderdaad een stuk gemakkelijker dat een gespecialiseerd bedrijf een auto maakt, dan dat je dat zelf gaat proberen. Maar aan de andere kant is 'lekker makkelijk' ook een wat te magere kwalificatie: zo'n auto die in een fabriek wordt gemaakt is simpelweg ook beter. En hetzelfde geldt toch ook voor voedsel. Voorverpakte chips zijn niet alleen gemakkelijk, maar ook duurzamer geproduceerd, gezonder en lekkerder dan zelfgebakken chips. (Ik weet niet of u wel eens geprobeerd heeft om zelf chips te bakken, maar het is moeilijk om ze net zo lekker te krijgen als kant-en-klare chips.) Zonder iets te veranderen aan de processen in de voedselsector kun je toch met recht beweren dat ze daar goed eten produceren? Kant-en-klare toetjes, afhaalmaaltijden en voorverpakte broodjes zijn niet alleen gemakkelijker dan de zelfgemaakte varianten, maar vaak ook gewoon beter. En dan mag ook benadrukt worden.
Kortom: gemak heeft van zichzelf geen waarde. Het maakt andere dingen mogelijk die wél van waarde zijn. Door de nadruk te veel te leggen op gemak benadruk je dat andere dingen wél waarde hebben. En dat is onterecht want dat zogenaamde gemaksvoedsel is heus meer dan slechts gemakkelijk: het is vaak zat gewoon goed.