Tijdens een van de breakout-sessies op het FSIN Food500 Congres 2026 gaan FSIN-bestuurslid Dirk van Iperen van Sligro Fo...
21 juli 2025
Mijmerend als een (bijna) boomer denk ik terug aan mijn jeugd. Hoe was het ook alweer, als kind van de eind jaren zestig? Waar kochten wij ons eten en drinken, welke winkels stonden ons ten dienste?
Je kon mij geen groter plezier doen dan me meenemen om boodschappen te doen. In de buurt waar ik opgroeide, kwam ik altijd opgetogen binnen bij de warme bakker, een straatje verderop. Een klein winkeltje, zoals de slager er ook één had. Net als de groenteboer, de melkboer, de kaasboer en de sigarenboer. Een eerste buurtsupertje, de Vivo, was er ook al, maar die beperkte zich tot enkele vierkante meters waar je je kont niet kon keren. We kwamen er alleen voor wat zeepjes en een pak koffie.
Volgens kinderlogica was het niet vreemd dat ik vrolijk meeging voor de boodschappen; lekkers. Bij de warme bakker kreeg ik een koekje, de slager gaf een stukje worst. De sigarenboer liet een pakje shag met vloei voor mijn vader gepaard gaan met een zuurtje uit de snoeppot en de spaarzegels van de melkboer leverden mij een prachtige Feyenoord-pyjama op. Die herinneringen brengen ook direct weer de lekkere geuren van toen terug. Van versgebakken brood tot de zware tabakslucht van de sigarenboer. Het gezeul met boodschappentassen viel erbij in het niet.
In onze jacht op vooruitgang zijn ‘wij boomers’ eigenlijk de grondleggers van de gemaksoplossingen. Na onze jonge jaren streefden we mooie carrières en riante salarissen na. Een vorm van snelle consumptie was toen ook al allesbehalve vreemd. Het resulteerde in de uitdijende supermarkten van nu. De kleine speciaalzaken verdwenen steeds vaker. Geheel in lijn met de gezamenlijke ratrace (tijd is geld).
Opmerkelijk: ‘Wij’ bestempelen de jongeren van nu als Gemaksgeneraties en noemen ze zelfs smalend ‘de luie generatie’. Terwijl zij juist proberen te genieten van het leven in het hier en nu. Ze maken volop gebruik van gemaksoplossingen - nota bene ooit door ‘ons’ bedacht - om niet langer uitsluitend te werken aan een zekere toekomst. Ze hechten juist waarde aan het mooie van vandaag.
Daar is toch niks mis mee?! Dat constaterend kan het geen kwaad er een oud-Hollands gezegde op los te laten. Een mens is nooit te oud om te leren. We kunnen de rollen dus ook prima omdraaien. In plaats van jongeren op te zadelen met allemaal 'belangrijke wijsheden’, kunnen we beter wat vaker hún insteek volgen: meer genieten van de momenten.
Dat hoeft niet moeilijk te zijn. We hoeven niet meteen alle gemaksoplossingen af te zweren. Hoe dan wel? In veel speciaalzaken is een keur aan meerwaarde te vinden om veel dagelijkse dingen net even iets mooier, smakelijker en aantrekkelijker te maken. Niet alleen door de vele lekkere producten, maar zeker ook dankzij de gepassioneerde speciaalzaakondernemers, die productkennis en klantenservice nog zo hoog in hun vaandel dragen.
Het mag misschien niet helemaal kloppen, maar voor mij klinkt de ‘les van de Gemaksgeneraties’ toch als: De koning is dood, leve de koning! Natuurlijk is de speciaalzaak in Nederland nog helemaal niet dood, maar toch: Leve de speciaalzaak! En zeker ook: Leve de Gemaksgeneraties!
Tekst: Marco Gruben, redacteur / onderzoeker FSIN
Deze column staat in de FSIN Food500 2025. De FSIN Food500 2025-publicatie en -data zijn online beschikbaar voor onze leden en te vinden via onderstaande buttons.
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap