Tijdens een van de breakout-sessies op het FSIN Food500 Congres 2026 gaan FSIN-bestuurslid Dirk van Iperen van Sligro Fo...
18 juni 2024
De bedrijven in de FSIN Food500 maakten in 2023 gezamenlijk een omzetsprong van maar liefst +22,3% ten opzichte van de vorige editie van de Food500 in 2021. De totale omzet van de 500 bedrijven komt uit op ruim €61 miljard. De omzetgroei met bijna een kwart is te danken aan het sterke herstel van de foodservicebedrijven na corona en aan de forse inflatie in de afgelopen twee jaar. (Tekst gaat verder onder de afbeelding)

De omzet van de 290 foodservicebedrijven in de lijst (waaronder horeca, cateraars en fastservice) groeide van €8,4 miljard
in coronajaar 2021 naar een omzet van €12,6 miljard in 2023, een toename van 50%. De 210 foodretailers (waaronder boodschappenbezorgers, supermarkten en speciaalzaken) in de FSIN Food500 groeiden van €41,5 miljard naar €48,4 miljard; een stijging van ‘slechts’ 16%. Een deel van het marktaandeel dat foodservicebedrijven tijdens de coronapandemie aan de retailers verloren, veroverden ze zodoende terug.
Daarmee is niet alles weer bij het oude. Foodretailers blijken de afgelopen jaren succesvoller in het bedienen van de gemaksconsument dan ondernemers in Foodservice. Retail pakt daardoor een steeds groter deel van de (groeiende) foodmarkt. In de FSIN Food500 daalde het omzetaandeel van Foodservicebedrijven tussen 2018 en 2023 van 24% naar 20,6%. Horeca en fastservice profiteren weliswaar van de aanhoudende consumentenbehoefte om buitenshuis te eten, maar foodretailers staan beter voorgesorteerd om aan de enorme en almaar groeiende behoefte aan gemak te voldoen. Boodschappenbezorging - hoewel nog altijd verliesgevend - is niet meer weg te denken en het assortiment aan kant-en-klaarmaaltijden en andere gemaksoplossingen, zoals warme maaltijden (HelloFresh), groeit. Bovendien voegen supermarkten steeds meer Foodservice toe aan hun assortiment, omdat zij vanaf 2024 geen tabak meer mogen verkopen. Op die manier willen zij het omzetverlies compenseren.
Dat de sfeer in de FSIN Food500 ondanks de recordomzetten onrustig is, blijkt uit het magere rapportcijfer dat de ondernemers - doorgaans toch positief ingesteld - geven aan het economisch klimaat; een schrale 6,8. Dat is weliswaar hoger dan de 6,3 van de vorige FSIN Food500, maar bijna een heel punt lager dan de 7,6 in 2018. Dit keer staan er vooral zessen en zevens op het rapport en een enkele acht; geen negens, laat staan een tien. FSIN-directeur Inga Blokker: ‘Een 6,8 is een ‘crisiscijfer’ dat we alleen in slechte jaren zien, terwijl de omzetgroei juist lijkt te wijzen op een jubeljaar. Zo’n rapportcijfer over de economie liegt echter niet. Het fungeert als een thermometer, die met klinische precisie laat zien wat de echte temperatuur in de markt is.’
De omzetrecords ten spijt, worstelen zowel foodservice- als foodretailbedrijven met krimpende marges, personeelstekorten en schaalproblemen. De kosten van huur, inkoop, energie en personeel zijn enorm gestegen. Door deze omstandigheden is ondernemen voor veel FSIN Food500-spelers een ingewikkelde puzzel geworden. De meeste foodservice-ondernemers verwachten hun prijzen dit jaar nog eens met 3% à 5% te moeten verhogen, na de eerdere forse prijsverhogingen van de afgelopen twee jaar. Het is een voor de hand liggende, maar riskante strategie, gezien de toenemende concurrentie. De prijsverhogingen lijken echter broodnodig voor een gezonde exploitatie. Andere veelgenoemde maatregelen zijn het beperken van foodwaste, schaalvergroting, het accepteren van een lagere winstmarge en meer gebruik maken van private label.
Het FSIN ziet dat de strijd tussen Foodretail en Foodservice verhevigt. Alle bedrijven staan op scherp om hun marktaandeel te behouden en zo mogelijk uit te breiden. Blokker: ‘Foodservice loopt ten opzichte van Foodretail achter op het gebied van inkoop, logistiek, energielasten, personeelskosten en duurzaamheidsmaatregelen. Om in de komende jaren goed voorgesorteerd te staan in de groeiende strijd om het maagaandeel, zijn verdere efficiëntie en volumebundeling noodzakelijk.’ Formulevorming en systeemgastronomie zijn volgens de FSIN-directeur vanwege de kostenvoordelen onontkoombaar voor horecaformules, evenals investeren in merkbeleving. Een snelle groeier zoals restaurantketen ’t Zusje is daarvan een mooi voorbeeld. Restaurant Company Europe (waaronder Loetje), De Pizzabakkers en De Beren zijn andere voorbeelden van horecaformules die het goed doen in de FSIN Food500. Veel minder goed presteren typische twintigste-eeuwse foodconcepten, zoals de Chinees-Indische restaurants en de cafetaria’s. De opkomst van nieuwe afhaal- en bezorgconcepten (ook door supermarkten), ondergraaft hun positie. Daarbij komt dat het aanbod steeds gevarieerder wordt. Zo zijn nieuwe Aziatische concepten booming, sushi voorop. Maar ook plantbased- en halalformules timmeren nadrukkelijk aan de weg.
Ook bij de foodretailers staat het verdienvermogen onder druk. Supermarkten zagen hun omzet weliswaar fors stijgen, maar onderliggend is er sprake van volumedalingen. De inflatie jaagt prijsbewust kopen aan; consumenten kiezen steeds meer voor huismerken in plaats van A-merken en dat speelt discounters in de hand. Marktleider AH Supermarkten voert de FSIN Food500- ranglijst aan. Dat mag geen verrassing heten.
Het aantal gemakswinkels steeg sinds de vorige FSIN Food500 aanzienlijk. Vanwege hun vestigingen op high traffic-locaties, zoals binnensteden en treinstations, hadden deze winkels het tijdens corona niet gemakkelijk. Na corona herstelde de omzet van spelers zoals AH to go, SPAR Express en SPAR City en werden veel nieuwe vestigingen geopend. Alleen Jumbo, dat in 2021 liet weten volop in te zetten op de Jumbo City-formule, kwam terug op zijn plannen: Jumbo City werd weer Jumbo.
Het lot van de flitsbezorgers is wellicht de meest dramatische ontwikkeling In de Food500 2024. In de vorige editie bestormden de flitsbezorgers de FSIN Food500 dankzij miljarden euro’s durfkapitaal. Gorillas was de eerste flitsbezorger in Nederland en startte in januari 2021 in Amsterdam. Snel daarna volgden Flink en Getir en halverwege 2021 startte ook Zapp. Fietsers van deze vier formules waren vooral in de grote steden niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Ze deden allemaal hun best om de gemaksconsument, die zijn aankoopbeslissing steeds langer uitstelde, op zijn wenken te bedienen. Het uitbreken van de pandemie zorgde voor extra noodzaak. Winst hebben de flitsbezorgers echter nooit gemaakt. Zapp is alweer lange tijd geleden vertrokken uit Nederland en ook Getir/Gorillas heeft aangekondigd Nederland te verlaten. Alleen Flink is nog over, maar zoekt nog altijd - de vraag is hoe lang nog - naar een verdienmodel. Het einde van corona en gemeenten die bijna onmiddellijk na de komst van de flitsbezorgers maatregelen troffen tegen de overlast, betekenden het einde van het flitsfenomeen, dat daarmee een van de kortst durende hypes in de geschiedenis van de FSIN Food500 is.
Aan de investeringskant staan dit jaar bovenaan het lijstje verduurzaming (in de meeste gevallen vooral energiebesparing) en digitalisering/robotisering. Het zijn maatschappelijke megatrends, waarmee de meeste bedrijven erg druk zijn. Hoog op de agenda staan ook product- en conceptontwikkeling; logisch gezien de turbulente tijden die de foodmarkt beleeft.
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap