BTW-verhoging maakt foodconsumptie €1,4 miljard duurder

We worden als FSIN regelmatig gevraagd naar de effecten van de geplande BTW-verhoging. Ik ben er eens ingedoken en heb ook gekeken naar de effecten van eerdere BTW-verhogingen. Toen was de conclusie achteraf dat de effecten binnen een jaar tijd genormaliseerd waren. We raken er blijkbaar heel snel aan gewend.

1 oktober 2018 - Ruwweg driekwart van de totale €61,7 miljard omzet aan voedings- en genotmiddelen (verwacht in 2018) komt voor rekening van producten met het lage BTW-tarief. Bij supermarkten en vooral speciaalzaken is dat veel meer, behalve bij slijterijen. Voor het redeneergemak gaan we even uit van die driekwart van de totaalomzet. Dat betekent dat ruim €46,5 miljard van de totaalomzet aan voedings- en genotmiddelen onder het lage BTW-tarief valt. Als we klakkeloos de aanstaande BTW-verhoging doorvoeren, dan gaat de omzet in één stap met €1,4 miljard omhoog. Maar dat gaat uiteraard niet gebeuren, daar kom ik straks op terug.
 

Geruisloos

86% van de supermarktomzet in voedings- en genotmiddelen betreft ‘lage BTW-omzet’. In 2018 zijn supermarkten goed voor bijna 53% van de totaalomzet. De verwachting is dat zij gemakkelijker én hun omzetvolume kunnen vasthouden én de BTW-verhoging kunnen doorvoeren. Zij zullen dus minimaal €840 miljoen in omzet groeien, alleen al dankzij de verhoging van de omzetbelasting. Dat zal in de praktijk ook vrijwel geruisloos gebeuren.

In Out of Home (Horeca, Catering en Gemak) zou de omzet in theorie met €400 miljoen kunnen groeien, mits de kanalen in staat zijn hun klanten en bestedingen vast te houden en de marges in stand te houden. Maar de vrees is dat dit niet overal gaat gebeuren. 
 

Terughoudend

Ik vermoed dat consumenten vooral buitenshuis even terughoudend zullen zijn in hun bestedingen. Ze kopen iets minder en zullen goedkopere gerechten/producten opzoeken. En om die reden weet ik vrijwel zeker dat veel ondernemers in Foodservice het niet aandurven om de hele BTW-verhoging meteen door te voeren.

''De pijn zal bovendien niet gelijk worden verdeeld''

Ik vermoed dat het hele buitenshuissegment slechts tweederde van die theoretische €400 miljoen gaat realiseren. Dat is €260 miljoen. Dat komt, omdat ondernemers in Horeca, Catering en Gemak marge gaan inleveren, deels door minder volume (klanten kopen minder en goedkopere producten) en omdat ze niet de gehele BTW-verhoging durven door te belasten.


Kleinschalig

De pijn zal bovendien niet gelijk worden verdeeld… Met name de kleinschalige horeca zal de grootste klappen krijgen. Het aantal vierkante meters in de horeca is de laatste jaren namelijk veel harder gegroeid dan de omzet. Vooral bij (kleinere) ondernemers staat de omzet al onder druk. De BTW-maatregel zal bij hen het meeste pijn doen.

Samenvattend is mijn inschatting dat…

  • Supermarkten met €840 miljoen groeien, puur door de BTW-verhoging van 6% naar 9%. Klanten blijven gewoon hun boodschappen doen.
  • Speciaalzaken de 3% ook zullen doorvoeren, maar omzetdruk blijven voelen omdat consumenten de speciaalzaak toch al (iets) minder vaak bezoeken.
  • De drie Out of Home-kanalen slechts met €260 miljoen groeien door de BTW-verhoging (zou in theorie eigenlijk €400 miljoen moeten zijn).
  • De formulehoreca de BTW-verhoging veel gemakkelijker zal kunnen doorvoeren en ook volume zal vasthouden. Van die €260 miljoen komt €170 miljoen bij de formules terecht. Iets minder dan tweederde van de totale foodserviceomzet is namelijk afkomstig van deze merken. 
  • De vijftigduizend kleine ondernemers binnen Foodservice door de BTW-stijging slechts €90 miljoen omzetverhoging gaan realiseren. Terwijl dat in theorie €130 miljoen zou moeten zijn, als ze die 3% gewoon zouden doorvoeren.
  • Van die vijftigduizend ondernemers vooral concepten in de kleine ‘gemakshoreca’ (fastfood) minder problemen zullen krijgen met de BTW-verhoging (minder dan de niet-concepten). Zij kunnen bedragen naar boven afronden; een frietje wordt dan bijvoorbeeld 10 eurocent duurder, dat pikt de consument moeiteloos.
  • Met name kleine horecaondernemers rendementspijn zullen ondervinden. Ze zullen niet alleen minder in staat zijn de BTW-verhoging door te voeren; hun omzet stond al onder druk, omdat de groei van het vierkante meters al langer geen gelijke tred hield met de stijging van den consumentenomzet in de horeca.


Gedifferentieerd beeld

Al met al ontstaat er een zeer gedifferentieerd beeld. Overigens leert de geschiedenis dat de terughoudendheid van de consument om zijn foodeuro’s buitenshuis te besteden vaak tijdelijk is en weer heel snel op het niveau van vóór de BTW-verhoging ligt. Anno 2018 is ‘food’ als lifestyle bovendien te belangrijk geworden om radicaal te gaan bezuinigen vanwege die 3%-prijsstijging.

Het nu nog bestaande evenwicht binnen de verschillende segmenten van de Out of Home-kanalen wordt er echter wel verder door verstoord. De enige hoop die de horecaondernemers hebben, is dat supermarkten volgend jaar weer een prijzenoorlog beginnen en daarmee hun €840 miljoen te grabbel gooien. Dan krijgt de consument weer wat meer ruimte om buiten de deur te eten. Mijn advies - aan alle spelers in Foodservice: volg deze logica niet, maar voer de prijsverhoging van 3% gewoon door!

(Blog gaat verder onder de foto!)


Kosten stijgen: €400 miljoen erbij 

Overigens zullen de prijzen in Foodservice, ook zonder de BTW-verhoging, in 2019 toch al moeten stijgen vanwege de sterk stijgende vervoerskosten, de hogere loonkosten en de prijsstijging van verschillende producten en grondstoffen. Grossiers zullen die in 2019 meer gaan doorrekenen dan dit jaar het geval was. Formules zelf krijgen eveneens te maken met kostenverhogingen (o.a. door genoemde loonkostenstijging). 

Het totaal van die kosten zou weleens kunnen oplopen tot 1,5% tot 2% van de consumentenwaarde. En dat betekent dat de totale prijsverhoging in Foodservice (inclusief de nieuwe BTW) richting 5% zal moeten gaan, wil een formule en/of ondernemer er niet op achteruit gaan. Dat heeft mogelijk tot gevolg dat de omzet in Foodservice €400 miljoen ‘duurder' wordt door de verhoging van de BTW en nog eens €400 miljoen vanwege de overige kostenstijgingen.

 

Geschreven door Jan-Willem Grievink - directeur FSIN.

Jan-Willem Grievink
Jan-Willem Grievink
Directeur FSIN

Kan je iemand helpen met dit artikel? Deel het!