Radboud Bergevoet, hoofdredacteur van het FoodService Instituut Nederland (FSIN), schreef aan de hand van de presentatie...
31 mei 2021
Als je dat allemaal op een rij zet, dan zou je zeggen dat het er ‘donker’ uitziet voor alles wat met kantoren en catering te maken heeft. Maar niets is minder waar. Het kantoor krijgt pijlsnel een andere functie. We gaan het kantoor zien als een clubhuis, waar het leuk is om naar toe te gaan. En dat biedt nieuwe kansen.
In 2020 hebben we als FSIN berekend wat alle effecten van de Covid-crisis gaan betekenen voor de toekomstige markt voor contractcatering. En de cijfers voor 2020 logen er ook niet om. Cateraars zagen hun markt dalen met €1.249 miljoen, een daling van 36,6%. Bovendien waren er al allerlei concurrerende initiatieven voor de klassieke ‘bedrijfskantine’. Zelfbedieningswinkeltjes in kantoren en bedrijven, bezorgers die lunches en maaltijden kwamen leveren op kantoor. Medewerkers die meer gingen wandelen en buiten het pand iets kochten enzovoort.
Het zag er dus donker uit voor het verdienmodel van contractcateraars. Waarom zouden werkgevers nog subsidie geven voor de bedrijfslunchvoorzieningen als steeds minder mensen daar gebruik van zouden maken? Dan kan het verdienmodel van een cateraar gewoon niet meer uit. Ook al omdat de lucratieve bedrijfsfeestjes en jubilea van het toneel verdwenen.
Toch komt er een nieuwe lucratieve werkelijkheid aan voor cateringbedrijven, vooral voor die bedrijven die én lenig zijn én het gastvrijheidsdenken al hoog in hun vaandel hebben staan. Want werkgevers zien dit alles – wat ik hiervoor heb omschreven – ook gebeuren. En al voor Corona waren er bedrijven die bezig waren om het kantoor een totaal andere functie te geven. Het kantoor is dan niet langer een plek om achter een bureau te zitten, te gaan bellen of stukken te maken. Dat kunnen medewerkers inderdaad veel beter thuis doen.
Het kantoor moest de plek worden waar juist al die andere dingen moeten plaatsvinden waar succesvolle teams van medewerkers bij floreren en waar de werkgevers grote behoefte aan hebben. Ik geef een aantal voorbeelden van dingen waar werkgevers mee bezig zijn en waar een ‘totaal andere werkomgeving’ bij kan helpen.
Al voor Corona waren sommige bedrijven met deze strategie bezig. Meestal de meest innovatieve bedrijven. De crisis met al zijn gedwongen thuiswerksituaties heeft vele andere werkgevers de ogen geopend. Zij kijken intussen met heel andere ogen naar de functie van een kantoor en daarmee wordt ook de rol van voedings- en genotmiddelen op zo’n nieuw kantoor een totaal andere. Ik heb al meerdere bedrijven gezien waar food topprioriteit is bij het creëren van medewerkerstevredenheid. Google was vanaf de start (22 jaar geleden) al het meest opvallende bedrijf dat kantoren anders ging inrichten en waar ontbijt, lunch, avondeten en gezonde snacks een uiterst belangrijke rol speelden in het welbevinden van de medewerkers.
Je zou kunnen zeggen dat we in de komende jaren een grotere scheiding gaan zien in soorten wekelijks werk van de gemiddelde medewerker.
Uiteraard variëren de percentages van deze scheiding van werkzaamheden per soort bedrijf en invulling van een functie, maar de indeling laat zien dat de rol van een werkplek echt mag veranderen.
Juist omdat deze laatste categorie belangrijker gaat worden voor de continuïteit en de winstgevendheid van een bedrijf, zal het kantoor van de toekomst een totaal andere rol gaan spelen. Om het heel simpel samen te vatten: het moderne kantoor wordt een ‘clubhuis’ waar het leuk is om te komen, waar je extra (maar functioneel) verwend wordt en waar je altijd wat extra’s gaat geven en ontvangen.
Wat betekent dat in de praktijk?
Als dit de werkelijkheid gaat worden, zal het meteen duidelijk zijn dat Cateraars een zeer belangrijke rol kunnen spelen bij het realiseren en actueel houden van dit soort clubhuizen.
Maar het betekent ook iets voor de huidige cateraars. Hun job zal een totaal andere worden. Er zijn nieuwe kernkwaliteiten nodig. Clubhuiscateraars moeten veel meer investeren in kwaliteit, sfeer, service en gastvrijheid. Dus meer richting horeca. Wat dat betreft kunnen ze leren van innovatieve horecabedrijven, maar zeker ook van de speciaalzaak. Bovendien moeten ze allerlei nieuwe digitale diensten en services kunnen integreren. Ze moeten zich dus opnieuw uitvinden. Ik weet intussen van veel cateraars dat dit denken hen wel aanspreekt en dat ze – voorzichtig – stappen aan het zetten zijn. Ik weet dat elke reis begint met kleine stapjes. Maar de eerste lakmoesproef zal zijn of het hen lukt in hun eigen kantoren dit in praktijk te brengen.
Een belangrijke bottleneck is (nu nog) de overheid. De regel dat subsidiëring van voedsel belastingtechnische gevolgen heeft voor werkgever en werknemer moet overboord. Corona geeft daarvoor alle aanleiding. Het is te hopen dat er – in navolging van Rob Baan (Koppert Cress) – geprocedeerd wordt tegen deze absurde oude regels. Een werkgever zou zijn medewerkers gratis een gezonde lunch moeten kunnen aanbieden. Dat hoort bij goed werkgeverschap anno 2021. De sector als geheel zou zich hier hard voor moeten maken, inclusief de bonden van werkgevers en werknemers.
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap