Over het licht aan het eind van de horeca-tunnel

De versoepelingen van de lockdownmaatregelen komen eraan. Er is licht aan het eind van de tunnel, zo hoor ik overal. Maar wat is dat voor licht? Natuurlijk, het zal minder donker zijn dan in het laatste kwartaal. De consument wil wel en hij heeft er ook het geld voor. Afgelopen jaar heeft hij € 3,7 miljard aan ‘foodgeld’ in zijn portemonnee overgehouden. Hij gaf weliswaar meer uit in de supermarkt en speciaalzaak, maar voor consumptie buitenshuis gaf hij €7,7 miljard minder uit. Zie een eerdere blog.

10 maart 2021

Maar gaat dat geld ook weer linearecta terug naar Horeca en Catering? Nee dus. Dit jaar zal ‘beter’ worden dan 2020, maar komt op z’n best niet verder dan 70% van het recordjaar 2019. Om het juiste licht aan het eind van de tunnel te zien, som ik een vijftal aandachtspunten op. Er zijn er overigens veel meer. Maar daarvoor verwijs ik naar de FSIN Beleidsmonitor die eind deze maand verschijnt.

1.De les van de geschiedenis
  • De grote les van de Spaanse griep, een eeuw geleden, was dat mensen na die tijd massaal het leven gingen vieren. Dat is dus een goed voorteken.
  • De tweede les van de Spaanse griep was dat de kosten in de foodsector omhooggingen omdat voedselveiligheid, hygiëne gezondheid belangrijker werden. Dat gaat nu ook weer gebeuren.
  • We hadden voor de crisis al veel te veel horeca-outlets. Vooral in de grote steden was het aantal horecaondernemingen explosief gegroeid (meer dan 35% in 5 jaar tijd). Dat gaat zich de komende jaren wreken omdat we minder in de stad komen.
  • Net als bij de vorige crisis gaan we meer systematiseren. In onze tijd betekent dat we nog meer gaan robotiseren, digitaliseren en nieuwe (kostenbesparende) diensten gaan bedenken. Dat leidt onder andere tot de groei van ‘dark-kitchens’ die de komende 10 jaar een belangrijke rol krijgen in de foodsector.
2.De drukte van de binnensteden
  • Mensen zullen (voorlopig?) binnensteden en grote drukte willen vermijden. Zelfs wonen in de grote steden is voor veel groepen minder aantrekkelijk geworden. Er is sprake van een (kleine) trek uit de stad.
  • Recreëren buiten de stad zijn Nederlanders tijdens de crisis gaan waarderen en die trend blijft nog wel een tijd.
  • De ‘retail-leegstand’ was voor de crisis in veel steden al hoog. Na de crisis komt de winstgevendheid van veel bestaande winkels niet terug op niveau en dat gaat leiden tot nog meer sluiting en verdere leegstand.
  • Ook het aantal kantoormeters gaat fors dalen vanwege een blijvende thuis-werk-trend.
  • Dat alles leidt tot een noodzakelijke ‘herverkaveling’ van veel binnensteden en uitgaansgebieden. Foodbedrijven geven prioriteit aan vestigingen op locaties die blijvend aantrekkelijk zijn.
3.Nieuwe succesfactoren
  • Voorlopig zal ‘afstand-kunnen-houden’ belangrijk blijven bij de consument. Zelfs al hoeven we straks geen 1,5 meter regel meer te volgen, dan nog zullen consumenten niet meer massaal op elkaar gepakt in de horeca willen bivakkeren.
  • Dat betekent dat grotere outlets en bedrijven met (grote) seizoensbestendige terrassen aantrekkelijker worden voor de consument. Kleine tentjes en bedrijven zonder buitenruimte krijgen het moeilijker.
  • Consumenten gaan nog meer waarde hechten aan sfeer en beleving buitenshuis, zo bleek uit het FSIN Foodshopper-onderzoek. Dat betekent dat horecabedrijven veel moeten investeren op die terreinen. De meeste kleine ondernemers kunnen dat niet (of niet meer) en dat gaat de uitval van vele (wat smoezelige) horecatentjes versnellen, tenzij grossiers en leveranciers dat gaan sponsoren.
  • Ook voor de crisis was het al zo dat de formulehoreca het gemiddeld beter deed dan de ‘eenpitterbedrijven’. Die trend gaat versneld verder, ook al vanwege de toegang tot kapitaal en betere inkoopcondities. Maar zeker ook omdat formules beter kunnen omgaan met digitalisering, procesoptimalisatie, marketing, herkenbaarheid, en veiligheidsprotocollen.
  • Horecabedrijven (maar ook cateraars) zullen vaker samenwerken met supermarkten en speciaalzaken. Het fenomeen ‘support-your-locals’ zal in beperkte mate beklijven omdat consumenten het zijn gaan waarderen en lokale overheden het stimuleren.
4.Anders werken
  • We gaan anders werken. Vooral het kantoorwerk en de bijbehorende reisbewegingen worden minder frequent en dat heeft gevolgen voor cateraars. In een FSIN-dossier over catering hebben we de effecten en kansen uitgebreid in kaart gebracht.
  • Het aantal locaties waar contractcatering nog rendabel is, wordt alleen daardoor al veel kleiner.
  • Maar als ‘we’ wel op kantoor zijn, dan stellen we andere (hogere) eisen aan ons verblijf en aan onze voedings- en genotmiddelen die we gebruiken.
  • Er komen ook nieuwe concurrenten die de medewerkers van bedrijven hun lunches of maaltijdmomenten willen serveren. Denk aan delivery, winkeltjes en moderne automaten.
  • Cateraars op hun beurt zullen veel vaker buiten bedrijfspanden hun diensten aanbieden, dus ook in openbare ruimten.
  • Omdat het aantal reisbewegingen verandert, het openbaar vervoer pas geleidelijk weer op gang komt en de ‘veilige auto’ vaker gebruikt gaat worden zullen drive-through oplossingen belangrijker worden.
5.Omzetsucces werkt verslavend
  • Tijdens de Coronacrisis waren er drie sectoren die extreem goed hebben gescoord. Dat waren ‘delivery’ (zowel van boodschappen als maaltijden), supermarkten (vooral de grotere) en de speciaalzaken. Die hebben veel geld verdiend, ze gaan investeren en innoveren om hun ‘verkregen omzet’ niet zomaar weer in te leveren.
  • Delivery is omarmd door de consument. Het zal niet zo extreem blijven groeien als in 2020, maar de groei zet door. Dat betekent dat ook horecabedrijven hybride moeten blijven. Naast het ontvangen van gasten, zullen ze services als take-out en bezorgen blijven exploiteren.
  • Retailers gaan meer foodservicecomponenten toevoegen, allereerst in grote winkels. Daarmee worden ze een goedkoop en functioneel alternatief voor de consument die steeds meer eetgemak zoekt.
  • Ook retailers (en vooral speciaalzaken) zullen zich meer gaan bemoeien met het bezorgen van maaltijden, lunches en hapjes voor feestelijke gelegenheden.
  • En als laatste wil ik nog de (iets beperktere) groei noemen van pop-up outlets en terrassen, boerderijwinkels en foodmarkten (ook foodtrucks) in de openlucht en in landelijke gebieden.


Food is gelijk aan optimisme

Ik loop al bijna 50 jaar rond in de foodsector. Deze sector wordt bevolkt door rasoptimisten die niets liever willen dan bij elke kans meteen ‘in actie’ komen. Er is inderdaad licht aan het eind van de tunnel. Maar ook ‘nieuw licht’. Duizenden bedrijven, die met buitenshuis consumeren te maken hebben, ruiken kansen. Dat geldt zeker ook voor grossiers en leveranciers aan Horeca, Catering en Leisure. Deze blog heeft tot doel om al die bedrijven erop te wijzen dat het niet verstandig is om als een blind paard naar dat ene ouderwetse ‘licht-van-vroeger’ aan het eind van de tunnel te galopperen. Er zijn veel meer lichtjes dan vroeger, die wellicht ook langer blijven branden. En om daarvan te profiteren, moet je misschien wel een afslag nemen in die tunnel.

Gerelateerde blogs

Word lid en krijg toegang tot relevante foodservice- en foodretaildata

243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap