Tijdens een van de breakout-sessies op het FSIN Food500 Congres 2026 gaan FSIN-bestuurslid Dirk van Iperen van Sligro Fo...
18 juni 2024
Dankzij ‘de Chinees’ bezochten miljoenen Nederlanders in de periode tussen 1960 en 1980 voor het eerst een restaurant. ‘De Chinees’ verlaagde de restaurantdrempel in ons land voor heel veel gewone mensen. Chinees afhalen was: veel voor weinig. Voedselgemak avant la lettre. Maar de rol van het Chin. Ind. Rest., onder welke afkorting het restaurant snel gangbaar werd, lijkt uitgespeeld.
In de jaren tachtig zei jaarlijks nog meer dan 60% van de Nederlanders ‘het laatste half jaar’ minstens één keer een Chinees restaurant te hebben bezocht. In 2008 gaf nog maar 15% van de Nederlanders te kennen minstens één keer in ‘het afgelopen jaar’ een Chinees-Indisch restaurant te hebben bezocht (inclusief afhaal).
Volgens de officiële cijfers zijn er nog ruim 1.550 Chinees-Indische restaurants in Nederland. Op het hoogtepunt in 2005 waren dat er 2.274. Volgens Liping Lin van de Vereniging Chinese Aziatische Horeca Ondernemers (VCHO) zijn het er in werkelijkheid zelfs nog minder. Veel van de 1.550 restaurants zijn namelijk niet meer klassiek Chinees-Indisch. Het aanbod is verbreed met bijvoorbeeld sushi en andere eigentijdse gerechten. In een interview stelt Lin dat er nog hooguit 800 à 1.000 puur Chinees Indische restaurants zijn.
Het betekent niet dat de belangstelling voor de Aziatische keukens vermindert. Het Aziatische foodaanbod is inmiddels enorm uitgebreid en veel andere smaken uit Aziatische keukens zijn juist uitermate populair. Maar voor babi pangang, gado gado en foe yong hai lijken jongere generaties veel minder te porren.
In Amsterdam en enkele andere steden gaan geluiden op om de authentieke bruine kroeg te beschermen door ze als nationaal erfgoed aan te merken. Het FSIN sprak ruim zeven jaar geleden al van de term drexit; de exit van de drankverstrekkende horeca. Net zoals grootschalige drankgelegenheden (discotheken en zalencentra) liet de traditionele café-bar een enorme veer. Tussen 2007 en 2019 daalde het aantal cafés volgens het CBS van 12.760 naar 10.380. Sinds het begin van de coronapandemie zijn de jaarcijfers nog steeds ontmoedigend. Telde het statistiekbureau in 2020 nog 10.190 cafés, vorig jaar waren dit er nog maar 9.135. En voor café-bars lijkt de vrije val nog niet ten einde.
De drexit is het gevolg van een complex aan factoren. Om te beginnen is de schaal van veel traditionele cafés op de hoek simpelweg te klein om er nog een goede boterham mee te verdienen. Het ingestelde rookverbod speelde ook een rol. Het imago - een plek waar oudere mannen achter een glas pils zitten te johanderksen helpt evenmin. De opkomst van Whatsapp speelt mee (vriendengroepen spreken thuis of in het park af en nemen eigen drank mee) en jongere generaties voelen zich meer aangesproken door de vele festivals in ons land dan tot cafés. De belangrijkste oorzaak van de teloorgang van café-bars zijn echter ongetwijfeld de grootschalige, formulematige eetconcepten die eigentijdse gerechten en dranken, zoals cocktails, combineren.
Speciaalbier
Proeflokalen van kleine brouwerijen van speciaalbier weten wel jongere generaties te trekken. In sommige steden en dorpen namen deze zaken de caféfunctie over. Na jaren van onstuimige groei stagneert evenwel ook dit segment, onder meer door fors hogere belastingen op de brouwsels.
Toch is er ook beweging aan het caféfront. Niet alleen sommige lokale politici, maar ook ondernemers ontfermen zich over de café-bar. Het gaat om horecagroepen zoals Ramzy Group, 3WO Horeca Group en De Eendracht en lokale initiatieven van kapitaalkrachtige Nederlanders en bewonersgroepen die het laatste café in hun dorp kopen en de exploitatie ervan ter hand nemen.
Het aantal horeca-faillissementen verdubbelde ten opzichte van 2022. In 2022 gingen 146 horecazaken failliet, in 2023 waren dat er 293 (CBS). Deze getallen zijn inclusief coronacorrectie, want tijdens de pandemie was het aantal faillissementen extreem laag. Eigenlijk is 293 faillissementen een normaal beeld. In de pré-coronajaren bewoog het cijfer zich tussen de 254 en 286, terwijl sindsdien het aantal horecabedrijven weer behoor- lijk groeide. Wel is het aantal bedrijven dat ermee stopt groot. In 2022 lag het aantal horecastoppers op 6.261, tegen 7.209 in 2023; een groei van 15%. Daar staan overigens nog altijd meer starters tegenover.
Hoewel de neergang veel minder snel verloopt dan bij cafés, daalt ook het aantal snackbars, cafetaria’s en andere frituurzaken al jarenland. Na vele jaren van groei, zette de daling aan het einde van de vorige eeuw in. Afgaande op mediaberichten, sluiten sinds corona opnieuw veel bedrijven in dit segment. Het gaat vaak om bedrijven die hun wortels in de jaren vijftig en zestig hebben en die al drie generaties lang in de familie waren.
Op het hoogtepunt in 1997 werden er bijna 5.700 cafetaria’s, snackbars en frituren geteld. Nu zijn het er nog tussen de 4.800 en 5.400. Vooral de functie als afhaalzaak staat onder druk. Tientallen jaren had de frietzaak op de hoek als takeaway, samen met de Chinees en de plaatselijke pizzeria (de spreekwoordelijke drie-eenheid ‘patat, pizza, babi pangang’), het alleenrecht op afhaalmaaltijden. Het marktdebuut van heel veel andere smaken en concepten, inclusief supermarkten met hun royale openingstijden, ondergroef hun positie. Bovendien had het groeiende online-aanbod veel gevolgen. Volgens bureau More2Market halen cafetaria’s nu 30% van hun omzet uit bezorging. De marge die met delivery wordt behaald, ligt echter aanmerkelijk lager dan het rendement op afhaalbestellingen.
Ook de circa 25 kleine en grotere formules in de cafetariabranche kunnen het tij niet keren. Het aantal branded cafetaria’s lag in het jaar voor corona op bijna duizend. Nu gaat het nog om slechts ruim 800 vestigingen. Enkele softe groothandelsformules verdwenen (Big Snack, One 2 Eat), een aantal andere formulemerken (AnyTyme, Plaza) kampt met een daling van het aantal aangesloten frituurspeciaalzaken. Dit is mede het gevolg van de nieuwe Franchisewet, die losse actieformules feitelijk onmogelijk maakt. Doordat niet alle aangesloten ondernemers nieuwe contracten wilden tekenen, gingen de nodige ondernemers zelfstandig verder.
Net als formules kunnen ook frituurzaken van de nieuwe lichting (friet van eigen voorbak, jonge ondernemers) het verlies niet ongedaan maken. Hoewel enkele van hen meer vestigingen hebben of hebben gehad, groeit alleen Frietboutique gestaag door. Recent opende de vijfde Frietboutique.
Gedurende de laatste jaren wordt ons land overspoeld door nieuwe restaurantconcepten. Vaak zijn dat multi unit-formules van veelal twintigers, dertigers en veertigers. Of alle nieuwkomers blijvertjes zijn, moet blijken. Wel zijn ze in een aantal opzichten in het voordeel ten opzichte van twintigste-eeuwse horecasegmenten. Starters dragen bijvoorbeeld niet de last van coronaschulden en andere erfenissen uit het verleden met zich mee. Evenmin kennen ze een prijstraditie; als nieuwkomers kunnen ze hun eigen verkoopprijs bepalen op basis van de huidige, veel hogere, inkoopkosten.
Maar hun belangrijkste unique selling point is dat ze eigentijdser denken en acteren. Ze spelen beter in op behoeften van jongere generaties, die snel uitgroeien tot de big spenders in de horeca. De jonge generaties zijn (zeker in de steden) niet alleen multi-etnischer en kosmopolitischer, maar ook nog eens volledig vergroeid met smartphones en apps. Nieuwkomers weten niet anders. Ze integreren dit gegeven automatisch in hun marketing- en businessmodel. Het gaat hierbij om zaken als snel wisselende marketingacties op allerlei platforms, de inzet van jonge rolmodellen (en influencers) online, naadloze integratie van online webshops voor takeaway en bezorging, de implementatie van allerlei denkbare, snelle betaalsystemen en bestelzuilen en bestelapps. Daarnaast zijn debutanten vaak zakelijker dan oudere horecageneraties (hun band met de horeca is veelal minder emotioneel). Ze zijn bovendien meer datagedreven; ze gebruiken volop apps en spreadsheets om een extreem actueel zicht te hebben op de voortgang van hun verdienmodel.
Zelfs al deze zaken zijn natuurlijk geen garantie voor een bloeiende toekomst. Uiteindelijk draait het om blijvende relevantie. Brengt de gast herhaalbezoeken en raadt hij de eetgelegenheid aan bij derden? Ook nieuwkomers kunnen zomaar uit de gratie raken. Een recent voorbeeld daarvan is de eigentijdse Belgische bezorgkeuken annex takeaway Casper, dat sinds eind 2022 actief was in vijf Nederlandse steden. De circa tien virtuele kern- productmerken van Caspers platform hadden kennelijk onvoldoende relevantie voor de klant. Het verdienmodel was in elk geval verlieslatend. In maart van dit jaar ging Casper failliet met achterlating van een miljoenenschuld.
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap