Tijdens een van de breakout-sessies op het FSIN Food500 Congres 2026 gaan FSIN-bestuurslid Dirk van Iperen van Sligro Fo...
31 juli 2023
‘Duurzaamheid moet voor mij deugen. Je moet je bedrijf zodanig aanpassen, dat de footprint minimaal is. Het betekent dat je optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden van moeder natuur en dat je zorgt dat medewerkers zo gezond mogelijk zijn en blijven.'
'Voor mij zijn gezondheid en duurzaamheid met elkaar verbonden. Ik vind het sociale aspect net zo belangrijk als duurzaamheid. De gezondheid van mijn medewerkers is cruciaal; zij zijn net zo verantwoordelijk als ik. Dat voel je ook als je hier rondloopt. Als je bij Koppert Cress werkt, werk je aan kwaliteit. Iedere medewerker kan de laatste zijn die iets aanraakt, alvorens het product bij koningin Máxima in haar mond verdwijnt.’
‘Als ik kijk naar Koppert Cress, geef ik ons op dit moment qua duurzaamheid het cijfer zeven op een schaal van tien. Het verminderen van het energieverbruik is onze grootste uitdaging. Veel van onze energie halen we uit aardwarmte, zonnewarmte en groene stroom, maar voor een klein deel hebben we ook nog aardgas nodig. Dat aardgas wil ik graag vervangen door waterstof. In 2025 wil ik met Koppert Cress CO2-neutraal zijn. Voor mij is dat jaartal geen discussie meer. We dubben er intern nog wel over of het voorjaar 2025 of najaar 2025 gaat worden, maar als we ergens in 2025 helemaal van de fossiele brandstof af zijn, zonder compensatie, kan ik daar goed mee leven.’ (Tekst gaat verder onder het kader)
WAT DOET KOPPERT CRESS AAN DUURZAAMHEID?
|
‘Ik denk dat duurzaamheid ook leuk kan zijn. Het is gewoon kicken als iets lukt. Er wordt nog te vaak gezocht naar excuses om iets niet te doen. Dan wordt het niet rendabel genoeg gevonden, is het nog niet ver genoeg ontwikkeld, of er is een andere reden waarom iets nu nog niet mogelijk is. Er zijn ook telers die gewoon met hun voeten in de klei staan en die - als het te vochtig is - verwarming regelen. Ik zeg dan: zet de ramen open. Zo moeten we met elkaar het gesprek aangaan en elkaar blijven overtuigen. Je moet gewoon beginnen, de toekomst heeft haast.’
‘Het grootste probleem van innovatie is de snelheid waarmee het gebeurt. De tuinbouwsector heeft een convenant gesloten: 50% duurzaam in 2040. Dat duurt nog zeventien jaar! Ik heb dan moeite met dat jaartal 2040. Het kan allemaal sneller, wat mij betreft. Als je iets bedenkt, moet je jezelf ook dwingen om het uit te voeren. Als ik een idee heb, toets ik dat bij de mensen in mijn bedrijf. Vinden zij het ook een goed idee, dan gaan we er direct voor. Je kunt wel eerst een commissie in het leven roepen en er twintig mensen een rapport over laten schrijven, maar dan ben je zo weer een jaar verder en dan is er nog amper iets gebeurd. Als je duurzaamheid ontzettend belangrijk vindt en je weet dat je in glastuinbouw ontzettend snel kunt innoveren, kan het soms heel snel gaan. Onze toeleveranciers denken ook allemaal met ons mee. Het is niet alleen omdat ik het wil, de kans wordt mij ook geboden.’ (Tekst gaat verder onder de afbeelding)
‘Dat komt ook door de regio waarin wij opereren. In het Westland zijn veel glastuinbouwbedrijven. Wij kunnen daardoor gemakkelijk samenwerking op gang brengen. Zo hebben we in de hele regio aardwarmte; er zijn overal putten geboord van waaruit warm wordt opgepompt. Het water wordt dan afgekoeld en teruggepompt naar alle kassen die met elkaar zijn verbonden. Dat werkt uitstekend. Door zo’n ringleiding krijgen wij ook onze ‘eigen’ warmwaterput en daarmee kunnen we onszelf voorzien van 60% van onze energie. Eigenlijk hebben we hier in de regio zo’n tweeduizend kleine energiecentrales staan, die samen een enorme impact hebben.’
‘Division Q - in 2022 opgericht als onderdeel van Koppert Cress - werkt met samenwerkingspartners aan innovaties om de glastuinbouwsector te verduurzamen. Division Q is ontstaan vanuit die drang naar samenwerking. We werken veel samen met startups. In plaats van alleen maar financiële ondersteuning te geven, bieden we in onze kassen gelegenheid aan innovatieve startups om hun ideeën te testen en door te ontwikkelen. Ik ben niet de enige met dit soort ideeën. Hier in de buurt zijn nog veel meer bedrijven en innovatieclubs die op dezelfde manier werk maken van het versnellen van innovaties.’
‘Nederlandse regelgeving houdt heel veel innovatie tegen. Soms zijn dingen zó nieuw, dat de overheid er nog niets mee kan of niet goed weet hoe ze die moeten beoordelen. ‘Uw innovatie is te nieuw’, stond in leukste brief die ik ooit terugkreeg. Een gevolg van het voorzorgsbeginsel: als de overheid niet zeker weet of iets schadelijk is voor het milieu, kunnen ze het niet goedkeuren, doordat er nog geen regels voor zijn ontwikkeld of doordat de systemen er nog niet op zijn ingericht. Door de regelgeving moet de overheid altijd uitgaan van het negatieve. Uiteindelijk draait het echter om vertrouwen. Ik denk dan: vertrouw me nu eens, de meeste mensen deugen.’
‘Het vertrouwen in onze samenleving is in de laatste jaren afgenomen. Je ziet dat overal terug. Neem als voorbeelden de toeslagenaffaire en de stikstofcrisis. Ook bij banken merk je dit. Van de andere kant zijn de landbouw en de tuinbouw zelf ook dom geweest; ze hebben verzuimd dingen beter uit te leggen. We hebben het over onszelf afgeroepen door te denken dat ‘anderen’ het toch niet snappen. Daardoor is veel vertrouwen verloren gegaan.’ (Tekst gaat verder onder het kader)
NIET ELKE INNOVATIE IS SUCCESVOL |
‘Ik probeer met mijn bedrijf heel open te zijn. Wat we met z’n allen meer moeten doen, is: be good and tell it. Vooral het mkb (midden- en kleinbedrijf) moet meer vertellen over de goede dingen die ze doen. Een familiebedrijf gaat de toekomst echt niet verkloten, dat is intrinsiek met de lange termijn bezig. Je wilt niet nu heel veel geld verdienen, terwijl je kinderen later een vermogen moeten uitgeven om tekorten te repareren. Als een familiebedrijf iets doet, is dat voor de lange termijn. Dat is intrinsiek al een duurzame gedachte. De kleintjes maken het verschil, niet de multinationals.’
‘Ik moet onze kassen verwarmen en koelen met stroom. In de winter hebben we warmte nodig. In de zomer moeten we koelen, want dan kunnen onze kassen (te) warm worden. Koelen is een dure ‘hobby’. We bouwen nu een tank waar koud water in wordt opgeslagen, zodat we in de zomer de kassen beter op temperatuur kunnen krijgen. Dit vergt een grote investering, waarvan sommige mensen zeggen: is dat echt nodig, is dat wel rendabel? Het gaat om een investering die zo’n €800.000 kost. Ik redeneer dan: als het in 3,5 jaar is terugverdiend, is er eigenlijk geen excuus om het niet te doen.’ (Tekst gaat verder onder de afbeelding)
‘We willen het heel erg graag goed doen. Er zijn bedrijven die werken met marges van 2%. Zij moeten heel erg voorzichtig opereren. Mijn marges zijn wat groter, waardoor ik de ruimte en de creativiteit heb om dit soort dingen te doen. Door de gekke prijzen op de energiemarkt hebben we vorig jaar geld verdiend aan de verkoop van gas en stroom. Daarvan heb ik een knoop in mijn maag, want dat gas is niet bedoeld om geld mee te verdienen. Nu gebruik ik die opbrengst om grotere, duurzame investeringen te doen, bijvoorbeeld die tank financieren.’
PROFIEL KOPPERT CRESS DUURZAAM ONDERNEMEN VOLGENS KOPPERT CRESS: |
Over FSIN-publicatie Beyond
Dit artikel vormt één van de vele verhalen uit de FSIN Jubileumpublicatie 2023: Beyond, Samen toekomstbestendig: vorm geven aan een duurzame foodsector. Deze publicatie is verzorgd door The Food Research Company in opdracht van het FoodService Instituut Nederland (FSIN). The Food Research Company is verantwoordelijk voor alle publicaties van het FSIN.
Voor leden
De FSIN-publicatie Beyond is alleen beschikbaar voor leden van het FSIN en te downloaden door in te loggen op de site. Nog geen lid van het FSIN? Lees meer over de voordelen van een lidmaatschap van het FSIN en doe mee!
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap