Tijdens een van de breakout-sessies op het FSIN Food500 Congres 2026 gaan FSIN-bestuurslid Dirk van Iperen van Sligro Fo...
13 mei 2020
Toen de westerse wereld twee maanden geleden in lockdown ging, veroorzaakte dat een ongekende hamstergolf, ook in onze supermarkten. Velen vreesden dat brood, boter en blikvoedsel op zouden raken. Vandaag zijn de schappen in de supermarkt weer goed gevuld en kun je eten zoveel je wil.
Wie een fraai voorbeeld wil zien van globalisering, hoeft niet verder te kijken dan zijn bord. Zeker, de supply chain achter de iPhone en die van een auto, zijn logistieke wonderen. Maar de ster van de logistiek in de 21ste eeuw is de wereldwijde voedselvoorziening. Vier vijfde van de 8 miljard monden op deze planeet worden gevoed door invoer. Bataljons vrachtwagens en scheepsvloten verbinden tientallen miljoenen boerderijen met honderden miljoenen winkels en keukens.
Hoewel boerderijen van nature lokaal zijn, is de rest van de foodindustrie geheel mondiaal. Gigantische handelshuizen zoals Cargill (V.S.) en Cofco (China) verschepen grondstoffen over de hele wereld voor voedingsmiddelenfabrikanten als Kraft en Unilever. Door hun omvang en wereldwijde netwerk kunnen ze snel wisselen van leverancier (bv bij misoogsten), waardoor de prijzen stabiel en het systeem flexibel blijft. Globalisering betekent dat meer landen voedsel importeren, maar ook dat er meer landen exporteren. Dit maakt het systeem robuust. The Economist laat zien dat door de globalisering, de impact van covid-19 op de wereldwijde supply chain van food, beperkt is. Het systeem heeft zich aangepast. Bijvoorbeeld door het handig inwisselen van de ene toeleverancier voor een andere en het omleiden van bevoorradingsketens. Het resultaat: de prijzen voor de meeste basisproducten zijn dit jaar gedaald. In termen van calorieën kampt slechts 5% van alle voedselexport met beperkingen.
Volgens het Britse zakenblad mogen we echter niet te vroeg juichen. Het magazine noemt een paar bedreigingen, zoals het gebrek aan arbeiders. Amerika en Europa hebben samen naar schatting een miljoen arbeidsmigranten nodig om de oogsten binnen te halen, maar die zijn naar huis. (en dus is er in ons land een gebrek aan Oosteuropese aspergestekers.) Ook de wegvallende vraag is een gevaar. Door de sluiting van restaurants verandert onze consumptie en daalt de vraag naar vers vlees en verse vis. Als gevolg daarvan gaan boeren minder produceren, stoppen of gaan ze failliet.
Maar verreweg het grootste gevaar voor de wereldwijde voedselvoorziening is volgens The Economist het oplaaiende protectionisme. Door de recessie verliezen miljoenen mensen hun inkomen en neemt de honger onder de wereldbevolking toe. Paniekerige overheden kunnen hierop reageren met extreme maatregelen als hamsteren en exportbeperkingen. Dat zou kunnen leiden tot een humanitaire ramp in de derde wereld. En de markt is al zenuwachtig: zie de beperkingen op de export van rijst door Vietnam en de recente uitspraken van Trump en Macron over het strategische belang van de eigen voedselvoorziening. Samenwerken is volgens de auteurs nu crucialer dan ooit tevoren, bijvoorbeeld in de WTO. ‘Governments need to hold their nerve and keep the world’s food system open for business,’ aldus The Economist. ‘It should be left free to work its magic not just during the pandemic, but after it, too.’
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap