Twan Hakvoort: mede-eigenaar hotel-grandcafé 't Voorhuys, Emmeloord

Tien jaar geleden verruilde Twan Hakvoort (33) zijn onbezorgde bestaan op Bali voor een ongewis avontuur in de Noordoostpolder. De afgelopen jaren timmerde hij flink aan de weg met ’t Voorhuys in Emmeloord en profileerde hij zich als een geëngageerde jonge ondernemer met een neus voor zaken. Wat is daar nog van over, na dit voor de horeca zo rampzalige jaar?
Actueel

18 december 2020

“Polderpionier over people, planet en profit in coronatijd.”

Omringd door eindeloos akkerland ligt ‘Potato City’ Emmeloord exact midden in de Noordoostpolder. Na WO II was dit naakte, nieuwe land voor jonge boerenstellen een ‘American Dream’. Duizenden pioniers trokken naar de Noordoostpolder.

Met een beetje goede wil zou je Twan Hakvoort en zijn partner Renée Hellendoorn ook polderpioniers kunnen noemen. Tien jaar geleden verruilden ze hun onbezorgde bestaan op Bali voor een ongewis avontuur in de polder en namen ze hotel-grand- café-theater ’t Voorhuys over van Renées ouders. Eerst kwam er een grand café dat meteen doorstootte naar de derde plek in de nationale Café Top 100, twee jaar geleden openden de twee een nieuwe hotelvleugel. Sinds de overname is hun omzet bijna verdubbeld van € 2,5 miljoen naar € 4,5 miljoen. In 2018 werden de twee uitgeroepen tot meest markante ondernemers van Flevoland. Profit is belangrijk, maar people en planet zijn dat net zo goed. Als Twan Hakvoort vertelt, heeft hij het veelvuldig over ‘de lange termijn’.

Wat blijft erover van je geëngageerde langetermijnvisie als corona uitbreekt? Dan is het toch alle hens aan dek en overleven?

‘De eerste lockdown was een schok. Het kwam als een complete verrassing. Normaal hadden we in die periode 1 miljoen om moeten zetten, nu was dat € 60.000. Dat doet wel wat met je. In 2019 hadden we een omzet van € 4,5 miljoen, dit jaar hadden we € 4,7 geprognosticeerd, dat wordt € 2,5 miljoen. Er is 2 miljoen omzet verdampt. In de eerste lockdown ging er € 50.000 per maand cash out, inclusief de steunmaatregelen. Gelukkig zijn we redelijk conservatief in onze uitgaven en hadden we genoeg gereserveerd. We hebben genoeg spaargeld, er zijn weinig horecabedrijven met zo’n spaarrekening. Ik heb de cashflow van de omzet niet nodig om het vol te houden, dat is luxe. Dat geeft ons in deze periode de ruimte om met de lange termijn bezig te zijn, in plaats van met overleven op de korte termijn.’

Tijdens de eerste lockdown heb je medewerkers met een nulurencontract doorbetaald op basis van de uren die
ze in de periode daarvoor hadden gemaakt? Dat is erg ruimhartig, vind je niet?

‘Wat zou jij doen? Ze geen salaris meer geven? Dat vind ik korte termijn. De meeste van onze parttimers zijn student, ze hebben studiefinanciering en misschien een bijdrage van hun ouders. De inkomsten uit hun bijbaantje hebben ze nu echt nodig. Als we straks weer opengaan wil ik dat onze mensen fit, positief en vol energie zijn. We zijn als sinds het begin bezig ’t Voorhuys een purpose of life te maken. Vooral jongeren zijn daarnaar op zoek. We willen een succesvol bedrijf runnen waarin het niet om ons draait, maar om de mensen die hier werken. Mijn medewerkers hebben veel meer zorgen dan ik. Ze maken zich zorgen over hun toekomst. Vooral jonge mensen kunnen de lange termijn niet overzien, sommige hebben psychische klachten. Om de dag heb ik een gesprekje met een van hen, om te horen hoe het met ze gaat.’

Je zegt dat je je nu richt op de lange termijn en niet op de korte. Hoe ziet dat eruit?

 “Je moet oppassen dat je in deze tijden niet té creatief wordt.”

‘Mijn bedrijf is ingericht op een omzet van € 100.000 per week. Maar het is zó moeilijk om nu omzet te maken. Ik moet loslaten dat ik dat bedrag op een of andere manier, bijvoorbeeld met maaltijdbezorging, bij elkaar kan sprokkelen. Het heeft geen enkele zin om me krampachtig op delivery te storten. Als ik daar een ton per week mee wil verdienen, moet ik Amsterdam erbij pakken. Je moet oppassen dat je in deze tijden niet té creatief wordt.’

‘Ik richt me nu op vier pijlers. De eerste is het hotel, dat is nog open. De omzet van het hotel komt dit jaar uit op 60 procent. Ten tweede zorg ik ervoor dat alles perfect staat als we straks weer opengaan. Zo zijn we de menu’s opnieuw aan het calculeren. Ten derde werken we aan onze goodwill. We serveren bijvoorbeeld gratis stamppotmaaltijden aan ouderen. Tot slot doen we een beetje aan bezorging, op zaterdag bezorgen we een dinerbox. Maar dat is meer een serviceproduct dan een omzetproduct en helpt ook mee aan onze goodwill. Daar verdienen we € 4.000 per week mee. Als we straks opengaan, gaan we weer geld verdienen, want dan leveren we weer ons totale concept en daar zijn we goed in!’

‘Ik ben me aan het oriënteren op een overname. Mijn bank steunt me, die kwam er zelf mee. ‘Twan, wanneer ga je een financieringsverzoek indienen?’ Ik zoek een grand café op maximaal een uur rijden, met een omzet van minimaal een miljoen. Verder wil ik de beschikking over de stenen en moet het vrij zijn van brouwerij.’

Waarom wil je zo graag een tweede zaak nu?

‘Om eerlijk te zijn: prestige. Ik wil onderzoeken of ik de capaciteiten heb om meerdere bedrijven te runnen. In ’t Voorhuys werk ik nog maar 20 uur omdat het team veel verantwoordelijkheden heeft. Ik ben pas 33.’

Hoe kijk je naar de toekomst?

‘Wat ik heel positief vind, is dat de waardering voor de horeca is toegenomen. We hebben gemerkt hoe belangrijk contact is. De mens is een groepsdier, we hebben allemaal huidhonger, groepshonger. Waar ik me zorgen over maak, is de kloof tussen rijken en minder welgestelden. De een bestelt zonder blikken of blozen een havermoutlatte van zes euro, een ander heeft net genoeg om het eten voor zijn kind te betalen. De rekening van corona gaat betaald worden door ons allemaal. Jij en ik kunnen wel vijftig euro missen, maar heel veel anderen niet.’

‘In januari zullen onze leveranciers hun prijzen weer met 2 à 3 procent verhogen, dat is ieder jaar hetzelfde. We moeten ons goed realiseren dat daardoor ons horecaproduct onbereikbaar wordt voor een steeds grotere groep mensen. Ik had hier laatst een vertegenwoordiger over de vloer. Volgens hem was kamelenmelk the next big thing. Ik vroeg: wat kost dat? Acht euro per liter. Acht euro, waar gaat dit over?’

Over FSIN-publicatie: Sterker uit de crisis

Dit artikel vormt één van de vele verhalen in het uitgebreide december-nummer van de 'FSIN-publicatie: Sterker uit de crisis'. Deze publicatie is verzorgd door The Food Research Company in opdracht van het FoodService Instituut Nederland (FSIN). The Food Research Company is verantwoordelijk voor alle publicaties van het FSIN. Tekst: Radboud Bergevoet en beeld: Koos Groenewold.

Voor leden

De 'FSIN-publicatie: Sterker uit de crisis' is alleen beschikbaar voor leden van het FSIN en te downloaden door in te loggen op de site. Nog geen lid van het FSIN? Lees meer over de voordelen van een bedrijfslidmaatschap van het FSIN en doe mee!

Actueel nieuws

Word lid en krijg toegang tot relevante foodservice- en foodretaildata

243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap