Tijdens een van de breakout-sessies op het FSIN Food500 Congres 2026 gaan FSIN-bestuurslid Dirk van Iperen van Sligro Fo...
18 juni 2024
In de zomer van 2008 gonsde een nieuwe naam door de reiswereld: Airbnb. Via een zogenaamd internetplatform konden we op de mooiste plekken van de planeet een kamer, een appartement of zelfs een heel huis boeken. Vanaf nu vierden we vakantie bij locals thuis, in plaats van te overnachten in de anonieme slaapfabrieken genaamd hotels. We spraken liefkozend over deeleconomie en social travelling, wisten wij veel.
Een jonge collega had via het platform een schattige studio geboekt in Trastevere, naar volle tevredenheid. Ik had mijn bedenkingen, net als de hotelsector uiteraard, maar was kansloos tegen het enthousiasme over deze aimabele disruptor uit Silicon Valley. In Nederland was Amsterdam de eerste stad die het platform omarmde. ‘Het sluit goed aan bij belangrijke waarden, zoals een stad met vrijheid van keuze, in open verbinding met de rest van de wereld’, schreef het toenmalige Amsterdamse college van B&W dweperig.
Het duurde jaren voordat Amsterdam de overlast wist in te dammen die Airbnb in onze hoofdstad veroorzaakte. Prijzen van huizen werden opgedreven, vastgoedcriminelen verhuurden woningen als illegale hotels, belastingen werden ontdoken, bedaarde appartementencomplexen transformeerden in luidruchtige jeugdherbergen, rolkoffers ratelden door de nauwe straten, rrrrrrrrrr. So much for social travelling.
‘Het gaat ons niet gebeuren dat een tech-bedrijf nog een keer onze stad inneemt’, moeten ze in januari 2021 op het Amsterdamse stadhuis hebben gedacht, toen flitsbezorger Gorillas voet op de kade zette. Na Gorillas volgden Flink en Getir en halverwege het corona-jaar opende ook Zapp zijn eerste darkstore in de hoofdstad. And dark they were, de met zwart plastic dichtgeplakte magazijnen, volgepropt met provisorische stellingen.
In de loop van 2021 werden de straten van onze steden overspoeld door haastige jongeren op e-bikes, op hun rug zware bezorgtassen, met daarop groot het logo van Gorillas, Getir, Flink of Zapp. Ze slalomden door het drukke stadsverkeer, om binnen tien minuten drie sixpacks Heineken en een doos sneltesten te bezorgen bij een halfdronken studentenhuis. (Uit een artikel in NRC bleek dat in 2022 alleen de 1.500 bezorgers van Getir al betrokken waren bij 161 verkeersongevallen. Dat is 1 op 9, gelukkig viel de schade mee.)
Jonge mensen om mij heen omarmden de nieuwe disruptors. Volgens hen was het precies waar de consument de hele tijd op had zitten wachten. Gratis bezorging (!) binnen tien minuten maakte bezorging de volgende dag in een klap, tja, nutteloos. Een enthousiaste collega liet voor het avondeten nog gauw een pak melk bezorgen, want tijdens het boodschappen doen in de haast vergeten. Mijn kanttekening dat een pak melk gratis bezorgen nooit uit kon, was kansloos. Het ging hier niet om winst, het ging om groei. Waren Amazon, Tesla, Just Eat Takeaway en al die andere succesvolle techbedrijven ook niet eerst zwaar verliesgevend? Nou dan.
Het was volkomen duidelijk, flitsbezorging zou de retailwereld flink opschudden. Jumbo ging in allerijl een strategische samenwerking aan met Gorillas, Albert Heijn en Coop smeedden vlug allianties met maaltijdbezorgers om hun boodschappen binnen minuten bij de klant te af te leveren.
En toen was het maart 2022 en was de pandemie voorbij, rezen de kosten van voedingsmiddelen de pan uit en namen steden - Amsterdam voorop - maatregelen tegen de schadelijke gevolgen van flitsbezorging in de openbare ruimte, zoals geluidsoverlast, onveilige trottoirs en verkeersopstoppingen. De rest is geschiedenis. Zapp was de eerste die uit het straatbeeld verdween, Getir/Gorillas volgen binnenkort. Alleen Flink is over en zoekt nog altijd naarstig naar een verdienmodel. Hoe lang nog?
Zo werd de flitsbezorging één van de kortst durende, maar duurste hypes uit de geschiedenis. Miljarden durfkapitaal werden vergooid. Het schijnt zo te werken in de wereld van de startups. Met investeren heeft het in mijn ogen weinig te maken, meer met gokken.
Hebben we ook iets van dit debacle geleerd? Zeker. Dat we een fetisj hebben voor disruptieve bedrijven. Maar ook dat de ene disruptor de andere niet is en dat onze retailers, behorend tot de beste van de wereld, zich onterecht zorgen hebben gemaakt. In een land als Nederland, met in elke woonwijk een betaalbare, ruim geoutilleerde, superefficiënte supermarkt - feitelijk luxe zelfbedieningsmagazijnen waar de klant zelf zijn order pickt - is het een bijna onmogelijke opgave om (gratis) bezorging bij de klant thuis competitief te laten zijn. De meesten van ons springen zelf wel even op de fiets voor een vergeten pak melk.
Wat we ook geleerd hebben is dat de overheid voorop kan en moet lopen in het voorkomen van schadelijk effecten van disruptors op de openbare ruimte. Of dat nu de fysieke ruimte is of cyberspace (ai). Deze bedrijven gedragen zich als een steen die in een put wordt gegooid: van de vele rimpelingen die ze veroorzaken, zijn sommige ongewenst. Blijft de ongemakkelijke vraag wat voor een goede dingen we hadden kunnen doen met al die verloren flitsmiljarden.
Radboud Bergevoet
Hoofdredacteur
De volledige FSIN Food500 2024 is hier te vinden.
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap