'CSRD gaat voor iedereen in de keten een rol spelen'

Van de Europese Unie moeten bedrijven met een bepaalde omvang vanaf volgend jaar verplicht rapporteren over duurzaamheid. Sligro Food Group valt, met ruim vijfduizend werknemers en een omzet van bijna €2,5 miljard, in deze groep. Esther Derksen, group controller, en Wilco Jansen, hoofd interne en externe communicatie, vertellen over de implementatie van de CSRD-wetgeving binnen Sligro Food Group en over de bijkomende kansen en consequenties voor het bedrijf.
Actueel

7 augustus 2023

‘Ongeveer anderhalf tot twee jaar geleden ontvingen we de conceptversie van de nieuwe CSRD-wetgeving. Het was een ongeveer 1.500 pagina’s tellend document, dat nauwelijks door te akkeren was. We zijn ons toen eerst gaan oriënteren. Wat houdt het eigenlijk in? Wat komt er op ons af? Wat bekent dit nu precies voor ons?'

'Toen we er eenmaal mee aan de slag gingen, ontdekten we dat het eigenlijk niet allemaal nieuw is voor ons. Heel veel dingen deden we al, alleen deden we het op een andere manier. Dus toen zijn we gaan kijken naar wat we moesten aanpassen om binnen de kaders van de nieuwe wet- en regelgeving te passen.’ (Tekst gaat verder onder de afbeelding)

‘Een goed voorbeeld hiervan is CO2. Wij rapporteren onze CO2-impact al vanaf 2010, op een manier die we in 2009 met elkaar hebben afgesproken. Dat hebben we gedurende tien jaar heel consequent gedaan. De manier waarop we van de EU vanaf 2024 moeten rapporteren, komt niet helemaal overeen met de manier waarop we het tot op heden deden. Het betekent dat we systemen moeten gaan aanpassen en dat we dingen anders moeten gaan meten.’

‘We moeten dus twee kanten op kijken. Wat zijn voor Sligro Food Group materiële onderwerpen? En wat is de impact van Sligro Food Group op de wereld?'

‘Dat wil niet zeggen dat we het al die jaren verkeerd hebben gedaan, al kostte het wel even moeite om dat aan iedereen uit te leggen. Mensen hebben de neiging om dat te denken, maar dat is natuurlijk niet zo. We waren al heel veel aan het doen en opeens komen er dan bepaalde regels bij over hoe er gerapporteerd moet worden. Dat maakt het wel complex, maar het betekent niet dat het niet goed is wat we voorheen deden. De conclusie was eigenlijk: We zijn al een eind op weg, we hebben met sommige aspecten al best veel ervaring. Het past alleen nog niet allemaal binnen de nieuwe kaders.’

Het dubbele materialiteitsprincipe

‘Om te bepalen welke aspecten op het gebied van environment, social en governance voor ons het meest van belang zijn, zijn we gestart met de dubbele materialiteitsanalyse. Een belangrijk uitgangspunt van de CSRD is namelijk het concept van dubbele materialiteit. Bedrijven moeten in dat concept zowel rapporteren over duurzaamheidsonderwerpen die een materiële impact op de (financiële) bedrijfsresultaten hebben, als over onderwerpen waar de activiteiten van het bedrijf een materiële impact op hebben. Dat heet het dubbele materialiteitsprincipe. We moeten dus twee kanten op kijken. Wat zijn voor Sligro Food Group materiële onderwerpen? En wat is de impact van Sligro Food Group op de wereld?’ (Tekst gaat verder onder het kader)

DATA-GEDREVEN DUURZAAMHEID
‘We moeten toewerken naar de ontwikkeling van data-gedreven tools om duurzaamheid te meten. Het in kaart brengen van onze scope 3-emissies, de indirecte uitstoot van CO2 die wordt veroorzaakt door bedrijfsactiviteiten van een andere organisatie
in de keten, is bijvoorbeeld erg complex. Vooral voor bedrijven zoals Sligro, die heel veel verschillende producten van heel veel verschillende leveranciers wereldwijd inkopen, geldt dit. Er ligt echt een enorme uitdaging om dat goed te doen. Partijen ontwikkelen nu algemene scores van bepaalde productgroepen. Kijken we bijvoorbeeld naar vlees, dan weten we allemaal dat rundvlees meer CO2-uitstoot veroorzaakt dan varkensvlees en dat kip het minst veroorzaakt. En natuurlijk zit er dan ook nog verschil in uitstoot tussen rundvlees uit Nederland en rundvlees dat is ingekocht in Argentinië. Als je ervanuit gaat dat één kilogram rundvlees staat voor een bepaald aantal equivalenten CO2 en je doet dat ook voor varkensvlees en kip, dan kun je op basis daarvan een algemene inschatting maken van je totale uitstoot. De volgende stap is daarna om op productniveau de uitstoot te gaan meten.’

‘De nieuwe wetgeving bevat een aantal verschillende deel- aspecten. We hebben onderzocht wat onze eigen impact is op deze onderwerpen en we hebben ook ‘andersom’ gekeken: Wat is de impact van de wereld op ons bedrijf? Binnen de hele lijst van mogelijke materiële onderwerpen moet een bedrijf dus eigen keuzes maken. Je begint heel breed, maar uiteindelijk komen er onderwerpen uit die voor ons belangrijk zijn en onderwerpen die minder belangrijk zijn. Zo zijn we tot een set aspecten gekomen die voor ons prioriteit hebben en waarmee we de meeste impact kunnen maken en/of impact op ons bedrijf kunnen verwachten.’

In de toekomst nog meer wetgeving

‘Met sommige onderwerpen konden we direct aan de slag. Over broeikasgasemissies en energiegebruik is al veel wetgeving beschikbaar vanuit de overheid. Hetzelfde geldt voor medewerkers; denk aan arbeidsvoorwaarden en diversiteit. Daarnaast zijn we gaan kijken naar onze core business en hoe we daar de meeste impact konden maken. Biodiversiteit, ecosystemen en dierenwelzijn zijn voor ons heel belangrijk. Op deze punten en ook voor waterbeheer en vissoorten, is minder wetgeving voor handen. Daarvoor wachten we nog op de sectorspecifieke standaarden die volgen. Die sectorspecifieke standaarden van de CSRD-wetgeving zouden eigenlijk dit jaar gepubliceerd worden, maar onlangs is dat uitgesteld. We gaan deze niet krijgen voordat we het eerste jaarverslag in de nieuwe vorm moeten publiceren. Aan de ene kant geeft ons dat meer ruimte om er onze eigen invulling aan te geven, aan de andere kant weet je dat er in de toekomst nog wetgeving aankomt die precies gaat uitleggen hoe je moet rapporteren. Dan bestaat natuurlijk de kans dat je het tegen die tijd weer allemaal moet omgooien.’

'Het is een proces waarin je heel nauw moet samenwerken met je leveranciers en met je klanten.’

‘We zijn nu in een volgende fase van de dubbele materialiteitsanalyse aanbeland: stakeholder engagement. We hebben bepaald wie onze belangrijkste stakeholders zijn. Dus niet alleen de aandeelhouders, maar ook werknemers, leveranciers en afnemers. Met hen gaan we in gesprek over duurzaamheid. Eigenlijk stellen we één vraag: Vinden jullie het logisch dat wij deze keuzes op het gebied van duurzaamheid hebben gemaakt, of vinden jullie dat er nog iets ontbreekt? Op basis van die gesprekken kunnen we onze duurzaamheidsstrategie eventueel aanpassen of uitbreiden. Het is dus een proces waarin je heel nauw moet samenwerken met je leveranciers en met je klanten.’

‘Als grossier worden wij daardoor kritischer. We onderhandelen niet alleen meer over prijs, kwaliteit en voedselveiligheid met leveranciers. Er komen ook duurzaamheidscomponenten bij. Dat maakt het voor onze inkopers soms best lastig. Zij voeren normaliter commerciële gesprekken. Als een inkoper al jarenlang samenwerkt met een producent die een product verkoopt van perfecte kwaliteit, met een onderscheidende smaak, is het bijna een no-brainer om zijn producten te kopen. Maar als de inkoper vraagt hoe die producten eigenlijk worden geproduceerd, dan kan het een lastig gesprek worden, als het antwoord leidt tot stilte of als zij het niet kunnen uitleggen.’

‘Hierdoor moet een steeds grotere groep medewerkers goed op de hoogte zijn van de feiten en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid. Inkopers en assortimentsmanagers moeten voor het eerst compleet andere informatie opvragen dan voorheen. Iedereen moet dan ook wel heel goed begrijpen waarom dat zo belangrijk is.’ (Tekst gaat verder onder het kader)

ÉÉN GROOT DUURZAAMHEIDSSYSTEEM
‘De CSRD is een overkoepelende Europese richtlijn over de rapportageverplichtingen voor het bedrijfsleven. Daarnaast komt er steeds meer sturing vanuit de Nederlandse overheid, door middel van wet- en regelgeving, belastingen en subsidies. In Nederland hebben we bijvoorbeeld te maken met de stikstofwetgeving en wetgeving op het gebied van uitstoot. Dieselvrachtwagens mogen straks bijvoorbeeld binnensteden niet meer in. Banken moeten aan steeds strengere eisen voldoen wat betreft kredietverstrekking. Het zijn allemaal wetten en regels die bijdragen aan het verminderen van de uitstoot en die ondernemers en bedrijven dwingen om dingen anders te gaan doen. Op die manier worden we ook geholpen door de Nederlandse wetgeving.’

‘In een commerciële omgeving als de onze, waar werknemers vooral worden afgerekend op resultaten die meetbaar en kwantificeerbaar zijn, is het onderwerp duurzaamheid soms lastig te integreren. Daarom is het belangrijk om het thema echt verankerd te hebben in de strategie van je bedrijf. Bij Sligro Food Group is duurzaamheid in 2021 als zesde pijler toegevoegd aan onze strategie en agenda richting 2025. We hebben gezamenlijke doelstellingen op het gebied van duurzaamheid, waaraan iedereen moet bijdragen. Doordat we dit vanuit het hoogste niveau uitdragen, wordt het verwerkt in doelstellingen van teams en individuele personen. Zo krijgt het aandacht in alle lagen van de organisatie.’

‘De nieuwe wetgeving levert ons flink wat extra werk op. We hebben het nooit precies berekend, maar er zijn wel vacatures opengesteld, die een direct gevolg zijn van de nieuwe wetgeving. Daarnaast proberen we de nieuwe maatstaven in alle afdelingen te integreren. Het is de bedoeling dat duurzaamheid geïntegreerd is in de gehele organisatie en dat het ‘gewoon’ onderdeel is van ons werk. We willen niet straks een afdeling hebben waar ‘duurzaamheid’ op de deur staat.’

‘Voorheen vierde iedereen zijn eigen feestje. Bedrijven spraken enthousiast over dingen die ze goed deden. Dingen die nog niet zo goed gingen, daarover werd gezwegen. In het verleden kon dat, want er werd nog niet zoveel gecontroleerd en er was geen rapportageverplichting. Bedrijven konden hun eigen invulling eraan geven.’ (Tekst gaat verder onder de afbeelding)

‘Straks kunnen ondernemingen aan de hand van jaarverslagen naast elkaar worden gelegd en met elkaar worden vergeleken op het gebied van duurzaamheid. De resultaten worden immers gecontroleerd door een accountant, dus moeten die ook duidelijk meetbaar zijn en het proces moet op orde zijn. Je kunt dan niet meer zeggen: ik bereken het net even iets anders, of bepaalde data rapporteer ik niet. Die transparantie en vergelijkbaarheid gaat hoe dan ook zorgen voor meer aandacht voor duurzaamheid binnen de sector.’

‘Een potentieel negatief effect van de nieuwe wetgeving, is dat het de kloof tussen grote en kleine bedrijven kan vergroten. Voor kleinere bedrijven is het echt een enorme klus om alles op een fatsoenlijke en kostenverantwoordelijke manier in de business te integreren. Daar ligt echt een uitdaging. Daarom is het belangrijk om toe te werken naar een bepaalde standaardisering van duurzaamheidsdata. Als leveranciers zelf willen bepalen hoe ze de data aan ons aanleveren en afnemers zelf willen beslissen hoe ze die data ontvangen, gaat het nooit lukken. Dat gaat zorgen voor ontzettend ingewikkelde toestanden. Dataleveranciers die nu al voor foodbranches werken, zoals GS1, zouden hier een belangrijke rol in kunnen spelen.’

'We hebben geen honderd jaar de tijd meer om dit op te lossen.'

‘Doordat er soms tegenstrijdige belangen zijn, wordt duurzaamheid complex. Zelfs binnen een bepaalde doelstelling of onderwerp kunnen er tal van tegenstrijdigheden zijn die heel veel discussie opleveren. Neem bijvoorbeeld voedselverspilling. Degene die daarvoor bij ons verantwoordelijk is, heeft allerlei processen geoptimaliseerd, waardoor we veel minder derving hebben. Daar zijn wij hartstikke trots op en het draagt bij aan onze duurzaamheidsdoelen. Aan de andere kant hebben we te maken met een treurige omstandigheid, zoals bijvoorbeeld de voedselbanken. Wanneer wij onze processen steeds beter op orde krijgen en steeds beter met verpakkingen en houdbaarheid omgaan, blijft er steeds minder voedsel over wat beschikbaar komt voor voedselbanken. Die dualiteit komt vaak terug. Een medaille heeft altijd twee kanten.’

‘Een veel voorkomend tegengeluid is ook dat de regelgeving te complex is en dat het te snel gaat. Maar ja, we hebben geen honderd jaar de tijd meer om dit op te lossen. Als ik naar ons bedrijf kijk, zie ik dat de nieuwe wetgeving leidt tot meer inzicht in de feitelijke prestaties op duurzaamheid. Het heeft ook geleid tot de overtuiging dat duurzaamheid er echt toe doet.’

‘Als je als organisatie niet aan de slag gaat met de nieuwe wetgeving en dit straks niet op orde hebt, heb je uiteindelijk weinig bestaansrecht meer. Dan gaat de wereld met jou aan de haal en die besluit: Jij bent geen partij om zaken mee te doen. Wat je plek in de keten ook is, of je nu in onze rol zit, of een eindspeler bent of een leverancier of een producent, het maakt niet uit. Het gaat voor ons allemaal een rol spelen.’

PROFIEL SLIGRO
Naam: Sligro Food Group
Type bedrijf: grossier
Bestaat sinds: 1935
Aantal vestigingen in Nederland: 51 zelfbedieningsvestigingen 9 bezorgservicevestigingen
Omzet 2022: €2.483 miljoen
Aantal medewerkers: 4.113

 

Over FSIN-publicatie Beyond
Dit artikel vormt één van de vele verhalen uit de FSIN Jubileumpublicatie 2023: Beyond, Samen toekomstbestendig: vorm geven aan een duurzame foodsector. Deze publicatie is verzorgd door The Food Research Company in opdracht van het FoodService Instituut Nederland (FSIN). The Food Research Company is verantwoordelijk voor alle publicaties van het FSIN.

Voor leden
De FSIN-publicatie Beyond is alleen beschikbaar voor leden van het FSIN en te downloaden door in te loggen op de site. Nog geen lid van het FSIN? Lees meer over de voordelen van een lidmaatschap van het FSIN en doe mee!

Actueel nieuws

Word lid en krijg toegang tot relevante foodservice- en foodretaildata

243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap