Tijdens een van de breakout-sessies op het FSIN Food500 Congres 2026 gaan FSIN-bestuurslid Dirk van Iperen van Sligro Fo...
18 juli 2023
Het Europese en het Nederlandse klimaatbeleid zijn volop in beweging. Voor ondernemers in de foodsector zullen op korte termijn nieuwe regels en verplichtingen komen. Een van die verplichtingen is het minimum energielabel.
Nu al geldt voor kantoren groter dan 100m2 een minimum energielabel C. Voor andere commerciële ruimten, zoals winkels en horeca, hoeft dat nog niet. Maar dat gaat veranderen. Van ‘Brussel’ moeten uiterlijk in 2027 alle niet voor bewoning bestemde gebouwen minstens een Commissielabel F hebben, wat gelijk is aan het Nederlandse energielabel C/D. Vanaf 2027 zal voor winkels en horeca waarschijnlijk energielabel C/D verplicht zijn. Daar houdt het overigens niet bij op. Uiterlijk in 2030 moet Commissielabel F zijn opgehoogd tot ten minste Commissielabel E. Het einddoel is dat alle gebouwen in 2050 energieneutraal zijn.
Het minimum energielabel vraagt flinke investeringen in gebouwen en de daarin aanwezige systemen zoals muren, daken, koel-, warmte- en luchtsystemen. In beginsel zal de overheid de eigenaar van het pand aanspreken voor de energielabelverplichtingen, net zoals de overheid dat deed bij de invoering van het minimumlabel C voor kantoren. Als een kantoorgebouw op 1 januari 2023 niet voldoet aan de labelverplichting, is het plaatselijke college van burgemeester en wethouders verplicht om handhavend op te treden.
Voor huurders van bestaande horecapanden lijkt de regelgeving dus positief uit te pakken. In principe is de pandeigenaar wettelijk aansprakelijk voor het niet nakomen van de labelplicht. Daarnaast krijgt een huurder van een pand dat door de eigenaar wordt aangepakt te maken met een lagere energierekening. (Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Zo zwart-wit is het in werkelijkheid niet. In de praktijk moeten verhuurders en huurders de kostenverdeling onderling regelen. Hoe ze dat doen, is volledig afhankelijk van hoe beide partijen dit in de huurovereenkomsten hebben geregeld. Of nog gaan regelen, want bij nieuwe contracten zullen verhuurders ongetwijfeld bepalingen willen opnemen over de verdeling van de kosten van verduurzaming.
Bij bestaande huurovereenkomsten is de verdeling van de kosten afhankelijk van de afspraken die daarover zijn gemaakt in het huurcontract én van de juridische kwalificatie van de werkzaamheden:
Veel verduurzamingswerkzaamheden kunnen mogelijk wachten tot het einde van de looptijd. Ze verhogen - als ze meteen gebeuren - wel het huurgenot van de huurder. Bijvoorbeeld wanneer die leiden tot lagere energielasten. Als de verhuurder die werkzaamheden wil uitvoeren, moet hij volgens de wet wel eerst een redelijk renovatievoorstel doen aan de huurder. Dat mag overigens ook een verhoging van de huurprijs zijn. Als de partijen niet tot overeenstemming komen over het renovatievoorstel, zal een rechter moeten oordelen over de redelijkheid ervan.
Voor huurders is het verstandig om nu al de huidige huurovereenkomst goed na te lezen op bepalingen over duurzaamheid. Als de kosten bij de huurder worden neergelegd, moet die zich nu al voorbereiden. De verplichte verduurzaming vanaf 2027 brengt ongetwijfeld grote investeringen met zich mee, die ver boven de maandelijkse huurlasten gaan uitkomen. Ook kan het aantrekkelijk zijn om bij de zoektocht naar huurruimte, nu al voor een pand te kiezen met een beter energielabel. Niet alleen brengt dit lagere energiekosten mee, maar op de lange termijn kan de huurder ook grote kostenposten in de vorm van renovaties vermijden.
WANNEER IS NIET VOLDOEN AAN LABELPLICHT Als het niet voldoen aan de labelplicht een ‘gebrek’ aan het gehuurde is, kan een huurder aanspraak maken op herstel en is de verhuurder verplicht om het gebrek te verhelpen. In de praktijk is het is niet eenvoudig om te bepalen of er sprake is van een gebrek, als een huurpand niet aan de labelplicht voldoet.
|
Over FSIN-publicatie Beyond
Dit artikel vormt één van de vele verhalen uit de FSIN Jubileumpublicatie 2023: Beyond, Samen toekomstbestendig: vorm geven aan een duurzame foodsector. Deze publicatie is verzorgd door The Food Research Company in opdracht van het FoodService Instituut Nederland (FSIN). The Food Research Company is verantwoordelijk voor alle publicaties van het FSIN.
Voor leden
De FSIN-publicatie Beyond is alleen beschikbaar voor leden van het FSIN en te downloaden door in te loggen op de site. Nog geen lid van het FSIN? Lees meer over de voordelen van een lidmaatschap van het FSIN en doe mee!
243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap