'Mijn werk is een spiegel van wie we zijn en wie we zouden kunnen zijn'

Jimmy Nelson (1967) reist naar de uithoeken van de wereld om zijn eigen menselijkheid terug te vinden. Bij inheemse volkeren ontdekt hij een manier van leven die volgens hem nodig is voor een waarlijk duurzame existentie. ‘De warmste mensen die ik ooit heb ontmoet, leven in Noord-Siberië, vijftienhonderd kilometer boven de poolcirkel. De schitterende maar onverbiddelijke natuur helpt hen om nederig te blijven. Dat is waar het om draait. Je bent niet groter, je bent niet beter, je bent niet rijker, je hebt geen controle over je leven of over de natuur. Je bent een veertje in de wind.’
Artikelen in/over publicaties

6 juli 2023

Tekst Radboud Bergevoet, foto's Koos Groenewold

Geestelijk aan de grond en kaal door alopecia totalis, vlucht Jimmy Nelson op zeventienjarige leeftijd met zijn laatste restje moed naar Tibet. Weg van de schaamte, zo ver hij kan. Als een van de weinige westerlingen slaagt hij erin het hermetisch afgesloten land binnen te komen, waar hij wordt opgevangen door monniken.

In de drie opvolgende jaren doorkruist hij Tibet te voet van west naar oost. Met een camera die hij van zijn vader kreeg, fotografeert hij de mensen die hij onderweg ontmoet en die hem verzorgen. Na zijn terugkeer naar Engeland worden zijn foto’s gepubliceerd in National Geographic. Vanaf dan wordt het portretteren van mensen zijn levenswerk. Bij voorkeur op de meest onherbergzame plekken op aarde.

In zijn Amsterdamse studio vertelt fotograaf en kunstenaar Jimmy Nelson in een indrukwekkende monoloog zijn levensverhaal, zijn woorden kracht bijzettend met drukke gebaren, alsof zijn slanke handen een eigen universele taal spreken. Nelson zit aan een grote houten tafel in een aparte ruimte, een glazen wand scheidt ons van de rest van de studio. De kamer is gevuld met honderden boeken, foto’s - veel eigen werk -, etnische kunstvoorwerpen, fotoapparatuur en statieven, flight cases in alle soorten en maten, een bank bedekt met een etnografisch sierdoek. Op de tafel staat een vaas met een kleurrijk boeket bloemen. Aan een van de boekenkasten hangt als een heilig ding de camera die hij ooit van zijn vader kreeg. Ruimte als een stilleven. (Tekst gaat verder onder de afbeelding)



Wat betekent duurzaam leven voor u?

‘Duurzaamheid gaat in de eerste plaats over mijn eigen per- soonlijke duurzaamheid. Ik heb de leeftijd van 55 jaar bereikt met heel veel zin, energie, optimisme en passie voor het leven. Dat is gekomen door een diepe duik te nemen in het oplossen van mijn eigen shit. Het is mijn eigen reis om als kerel van middelbare leeftijd het evenwicht te bewaren tussen enerzijds de volwassen Jimmy met alle littekens en alle ellende die bij het leven horen en anderzijds het kind in mij. Het kind van liefde voor de wereld en voor hemzelf. Voor mij is een duurzame staat, als die twee in balans zijn. Het is mijn eigen egoïstische reis om die gelukkige, menselijke Jimmy in stand te houden. Ik doe dat door obsessief kunst te maken en door contact te leggen met heel ongewone mensen op ongewone plaatsen.’

Kunt u ons iets meer vertellen over de onbevangen jonge Jimmy?

'Tot mijn zevende woonde ik met mijn ouders in zeven verschillende landen: Congo, Papoea-Nieuw-Guinea, Nigeria, Sierra Leone, Afghanistan, Pakistan en Iran. Mijn vader was geoloog bij Shell. Ik voelde me net als Mowgli uit Kipling's Jungle Book; het jongetje dat opgroeit in de jungle. Elke reis was een geweldige ervaring. Op elke plek waar ik kwam, werd ik verwelkomd, geaccepteerd, geliefd. Ik was me totaal niet bewust van een verschil in cultuur of huidskleur. We waren gewoon één. Ik voelde een diepe verbondenheid met mijzelf en mijn omgeving.’ (Tekst gaat verder onder kader)

JIMMY NELSON
James Philip Nelson (1967) wordt geboren in Sevenoaks, Kent, Verenigd Koninkrijk. Zijn vader werkt als geoloog voor Shell. Nelson brengt zijn jeugd door in Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Op zevenjarige leeftijd wordt hij naar een jezuïeteninternaat gestuurd; een traumatische ervaring. Op zijn zestiende ontwikkelt hij alopecia totalis, een aandoening waarbij al het hoofd- en gezichtshaar uitvalt. In 1985 verlaat hij op zeventienjarige leeftijd de kostschool en trekt hij te voet door Tibet. Hij fotografeert zijn reis, die ongeveer twee jaar duurt en hem dwars door Tibet leidt. Bij terugkeer in Engeland worden zijn foto's gepubliceerd in National Geographic.
Na deze reis onderneemt Nelson meer reizen, onder meer naar Afghanistan, Joegoslavië, Somalië en El Salvador. In 1992 krijgt Nelson de opdracht van Shell voor het boek ‘Literary portraits of China’, waarvoor hij 2,5 jaar door het land reist. Vanaf 1997 gaat Nelson verder als reclamefotograaf.
In 2010 begint Nelson aan het boek ‘Before they pass away’, dat in oktober 2013 verschijnt. In
2016 richt Nelson de Jimmy Nelson Foundation op, een non-profit organisatie die het erfgoed
van inheemse culturen wil behouden en aanmoedigen. In september 2018 verschijnt ‘Homage to Humanity’, de opvolger van ‘Before they pass away’.

Nelson is gevestigd in Amsterdam, waar zijn bedrijf Jimmy Nelson Pictures B.V. is gevestigd. www.jimmynelson.com

‘Toen ik zeven was, stuurden mijn ouders me naar een traditionele, Engelse, katholieke kostschool. Ik arriveerde daar in een korte broek, met uitgestrekte armen, grote ogen en een open hart vol liefde om te geven. Het werd een traumatische ervaring. Er waren een paar priesters die hadden besloten om ons, kinderen, te beschadigen. Ik zal niet in detail treden over hoe ze dat deden, maar als kind ga je van volledig vertrouwen naar totale opsluiting. In mijn vakanties reisde ik mijn ouders achterna om te zien waar ze leefden. Maar ik droeg een groot geheim met me mee.’

Wat deed het verblijf op het internaat met u?

‘Mijn gevoelens stopten met ontwikkelen. Mijn lichaam groeide en veranderde, maar mijn emoties waren begraven. Ik voelde niets. Zonder gevoel kan een mens niet functioneren, dus ik raakte compleet uit evenwicht. Op mijn zestiende kreeg ik tijdens een reis naar Congo ernstige malaria. Mijn ouders stuur- den me terug naar de kostschool om te herstellen, maar de priesters gaven me de verkeerde antibiotica. In één nacht vielen al mijn hoofd- en gezichtsharen uit als gevolg van alopecia totalis. Het was een extreme reactie van mijn lichaam op de stress en de verkeerde medicatie. Ik was in een keer kaal. Van de ene op de andere dag stond ik in de wereld met een lichaam dat riep: Er is iets mis is met me. Voordien kon ik zeggen: Ik ben in orde, er is niets mis met me. Het was alsof mijn innerlijke lelijkheid aan de oppervlakte kwam.’

Wat moet dat afschuwelijk voor u zijn geweest.

‘Ik realiseerde me dat ik op een heel zieke plek was en als mens niet duurzaam. Je vindt jezelf niet leuk. Je houdt er niet van hoe andere mensen je behandelen. Daarnaast waren er andere redenen om me zo te voelen. Ik ben overgevoelig, heel creatief en behoorlijk dyslectisch en we kennen allemaal wel autistische trekjes. Al die dingen duwden me richting de afgrond. Maar er was een innerlijke stem die zei: Je moet iets doen om jezelf te herdefiniëren. Het kan me niet schelen hoe en ik vind het niet leuk. Maar is het mogelijk om het gevoel van verbinding uit mijn kindertijd, dat vertrouwen, de nieuwsgierigheid, te herontdekken?’

U liep weg?

‘Ik realiseerde me dat ik niet langer op die zieke plek kon blijven. Dus ik verdween. Ik rende letterlijk van de landkaart, met het idee dat ik niets meer te verliezen had. Ik belandde op mijn zeventiende in Tibet. Dat was in 1985. Tibet was bezet door de Chinezen en de rest van de wereld had zich van het land afgekeerd. Voor een westerling was het bijna onmogelijk om het land binnen te komen. Ik was een van de weinigen die erin slaagde.’

‘Van de ene op de andere dag stond ik in de wereld met een lichaam dat riep: Er is iets mis is met me.’

Dat was heel dapper van u.

‘Ik weet niet of het dapper was. Het gebeurde min of meer per ongeluk en het was gedreven door wanhoop. Ik was bang en verdwaald. Ik sloop het land binnen, vermomd als boeddhistische monnik. De Tibetanen stonden door de Chinese repressie in dezelfde overlevingsstand als ik. We stonden samen tegenover de grote boze buitenwereld. Daardoor was er meteen verbinding. Ik reisde te voet van west naar oost door heel Tibet, ging van klooster naar familie en van familie naar klooster. Na bijna drie jaar rolde ik het land aan de andere kant weer uit. Tijdens mijn reis had ik een kleine camera bij me, die ik van mijn vader had gekregen, en vier rolletjes Kodak Gold Film. Ik had nog nooit een foto gemaakt, maar in Tibet begon ik mensen te portretteren. Toen ik in Engeland terugkwam, werden enkele van mijn portretten door National Geographic gepubliceerd. Zo begon mijn reis als fotograaf.’

Waarom begon u in Tibet met portretten en niet met het fotograferen van mooie landschappen of kloosters? Voor een beginnend fotograaf in een vreemd, ver land lijkt mij dat meer voor de hand liggend.

‘Het waren portretten van mensen die aardig voor me waren geweest, mensen die me liefde hadden gegeven, mensen die me hadden verzorgd, mensen die mij waardigheid hadden getoond. Uiteindelijk is het portret een spiegel van de menselijke ziel. Door het vastleggen van die pure, lieve, zorgzame mensen, hoopte ik dat iets van hun schoonheid op mij zou reflecteren.’ (Tekst gaat verder onder de afbeelding) 



Hoe bedoelt u dat?

‘Er is een beroemde fotoreportage van het Nuba-volk in Sudan van de Britse fotograaf George Rodger. Rodger was in 1947 een van de oprichters van het fotoagentschap Magnum, samen met Henri Cartier-Bresson, Robert Capa en David Seymour. Als oorlogscorrespondent fotografeerde hij de London Blitz, de slag bij Monte Cassino en de landingen op D-Day in Normandië. Hij was aanwezig bij de bevrijding van Bergen-Belsen en legde de gruwelen van het concentratiekamp vast; een ervaring die hem geestelijk dood maakte. In zijn autobiografie (George Rodger, Humanity and Inhumanity 1994, red.) vertelt hij dat hij na die ervaring alleen nog maar de wereld in wilde om mensen te vinden die hem weer in contact konden brengen met de schoonheid van de mensheid. Hij vond die schoonheid bij wat wij vandaag de dag nog steeds beschouwen als een van de meest primitieve, gevaarlijke volkeren ter wereld: de Nuba in Soedan; grote, torenhoge, gespierde vechters. In zijn boek beschrijft hij de ironie van het feit dat hij menselijkheid vindt bij wat wordt gezien als het meest primitieve volk, terwijl in zijn ogen beschaafde westerlingen tot de meest primitieve en destructieve mensen op aarde behoren. Net als Rodger breng ik veel tijd door bij inheemse volkeren, die wij in het westen als gevaarlijk zouden kunnen ervaren. Maar als je eenmaal bij ze bent, zijn ze dat niet. Ze zijn eigenlijk heel vriendelijk.’

‘Als je in de natuur leeft en je beseft dat de natuur jou controleert in plaats van andersom, leef je op een nederige manier, met veel meer respect.’

In uw boeken lees ik dat sommige volkeren die u fotografeert met elkaar vechten om varkens en land
en dat ze bij hun jonge kinderen ritueel de tanden verwijderen. Dat is behoorlijk heftig.

‘Het ritueel verwijderen van de onderste snijtanden bij jonge Himba-kinderen heeft een reden. Daardoor krijgen andere tanden meer ruimte en blijven die sterk. Sterke tanden die een leven lang meegaan, zijn bij inheemse volkeren heel belangrijk. Een rot gebit kan je dood betekenen, dus ze houden het goed bij, met stokjes en zo. Als je naar mijn portretfoto’s kijkt, zie je dat de meeste mensen een uitstekend gebit hebben, beter dan dat van ons.’

‘Deze volken zijn lang niet zo gewelddadig als wij in de ontwikkelde wereld soms denken. Er is veel discussie en er wordt veel onderhandeld over land en varkens. Maar het is veel minder heftig dan wij denken. De meeste onenigheid wordt opgelost door gesprekken. De oorlog in Oekraïne, die is gewelddadig.’

Hoe gaat dat fotograferen van u eigenlijk in zijn werk? U loopt doodgemoedereerd met uw vijftig jaar oude 4x5 inch camera op deze mensen af?

‘O nee. Het duurt soms maanden om bij deze inheemse volkeren te geraken en dan ook nog weken om hun vertrouwen te winnen en toestemming te krijgen om hen te fotograferen. Ik denk dat er bij inheemse volkeren angst is voor witte mensen. Witte mensen komen om te nemen. Dus als ik daar op een betuttelende manier kom binnenwandelen om iets te nemen, zal er animositeit zijn. Maar als je arriveert zoals ik in Tibet, nederig en je vraagt om hulp, dan ben je geen bedreiging. Eerst is er de angst, maar die verdwijnt heel snel. Dan word je organisch opgenomen als een mens die begeleiding, hulp en wijsheid nodig heeft.’

En, vond u de onbevangen Jimmy terug bij deze mensen?

‘De beste metafoor die ik kan gebruiken is het veertje in de film Forrest Gump. In het begin van de film landt er een veertje op de knie van Forrest. Dat veertje zijn wij als kind allemaal: klein en kwetsbaar, maar onbevangen en nieuwsgierig naar de wereld. Als we ervoor zorgen dat het veertje niet beschadigt, vangt het de lichtheid van het bestaan. Dat is het geheim van geluk. In de wereld waarin ik veel van mijn tijd doorbreng, leven mensen in die lichte staat van zijn. Ik leerde er terug te gaan naar het gevoel uit mijn kindertijd, toen alles mogelijk was en alles mooi en prachtig was.’

Leven als een veertje, dat lijkt me ingewikkeld middenin de onbarmhartige natuur met heel veel fysiek ongemak?

‘Als je in de natuur leeft en je beseft dat de natuur jou controleert in plaats van andersom, leef je op een nederige manier, met veel meer respect. Lang voordat de zon opkomt, word je wakker om te eren en te bidden. De meeste inheemse volkeren zijn animistisch, wat gepaard gaat met heel veel rituelen, waarin ze het respect en de liefde voor de wereld om hen heen betonen. (Bij animisme hebben niet alleen mensen en dieren zielen, maar bestaan zielen en geesten ook in planten, bomen, stenen of geografische fenomenen, zoals bergen en rivieren. Animisme doordrenkt het hele leven van de mensen die erin geloven, red.)

‘Deze mensen zijn verbonden met het land waarin ze leven. Daardoor zijn ze veel meer ‘in het moment’, zoals we dat tegenwoordig noemen. In elke boekhandel waar je tegenwoordig komt, vind je boeken met titels als ‘Leef in het moment!’ Dat is allemaal goed en wel, maar wat betekent dat? Je kunt niet begrijpen wat dat is, totdat je bij mensen woont die het continu doen, vanaf het moment dat ze wakker worden.’

Hoe meer mensen leven in de natuur, hoe meer ze leven in het moment?

‘Ik denk het wel. Ik heb een paar heel bijzondere ervaringen gehad in Noord-Siberië, vijftienhonderd kilometer boven de poolcirkel. De laatst overgebleven inheemse culturen leven daar het hele jaar op het ijs. Dat is een extreem hard bestaan. Gek genoeg waren dat de warmste gemeenschappen die ik ooit heb ontmoet. De schitterende, maar onverbiddelijke natuur om hen heen, helpt hen om nederig te blijven. En dat is waar het om draait. Je bent niet groter, je bent niet beter, je bent niet rijker, je hebt geen controle. Je bent slechts een stofje in de wind.’

Wat leren inheemse volkeren ons over duurzaamheid?

‘Door hun manier van leven is hun ecologische voetafdruk veel kleiner dan die van ons ooit zal zijn. Ik geloof dat inheemse volkeren minder verkeerde keuzes maken dan wij, omdat ze diep verbonden zijn met zichzelf en met de natuurlijke wereld om hen heen. Als ik de statistieken goed heb, wordt 6% van de wereldbevolking beschouwd als inheemse cultuur. Die 6% leeft op een kwart van de landmassa van de wereld, in relatief onaangeroerde gebieden waar zich 80% van de biodiversiteit bevindt.’

Mist die verbinding met de natuur in de westerse wereld?

‘In de ontwikkelde wereld zijn we steeds verder verwijderd geraakt van onszelf en van de natuurlijke wereld. Wij kennen geen nederigheid. Het gaat hier allemaal om mij, mij, mij. En om de toekomst. We denken dat we het leven kunnen controleren en voelen ons onkwetsbaar. We leven in een wereld van beton en glas en hebben ons leven zo comfortabel en gemakkelijk gemaakt, dat we ontkoppeld zijn van onze menselijkheid.’

Hoe heeft het zover met ons kunnen komen volgens u?

‘Ik moet nu voorzichtig zijn, maar ik ga het toch zeggen. Nog niet zo lang geleden werd onze menselijkheid gedefinieerd door het hiernamaals. Wat we deden was niet voor deze wereld, maar voor de volgende. In de ontwikkelde wereld verdween die religie en werd consumentisme het nieuwe geloof. Consumeren lijkt de enige reden waarom wij hier op aarde zijn. Meer, meer, meer, dikker, vetter, gelukkiger. Als gevolg daarvan vernietigen we niet alleen onszelf, maar ook de planeet.’ (Tekst gaat verder onder de afbeelding)



Dat klinkt niet best.

‘Voor mij is het honderd procent een feit dat komende generaties het begin van het einde meemaken. Ik reis al vijftig jaar verantwoord - en soms onverantwoord - over de wereld en de veranderingen zijn buitengewoon. Ik heb het allemaal zelf gezien en het gaat alleen maar bergafwaarts. Wat weg is, komt niet meer terug. Ik hoop dat we met z’n allen deze 21e eeuw doorkomen, maar dan moeten we wel dapper worden. Want als we niet moedig zijn, blijft er niet veel over. Dat is zo duidelijk als wat.’

‘Door de klimaatverandering beginnen we nu te beseffen, dat we niet nog meer kunnen consumeren. We kunnen niet meer bezitten dan we al doen. Dat voelt als verlies. Daardoor zijn we onze zingeving volledig kwijt. Mijn kinderen en hun vrienden zijn in de twintig en ze zijn doodsbang om mens te zijn. Het leven is te ingewikkeld. Er is geen hoop, er is geen toekomst. Waarom zouden ze nog moeite doen? Gelukkig is er de AI-wereld, die een paar nerds in Silicon Valley voor ons hebben ver- zonnen. Die is toch veel spannender, veel gemakkelijker, veel minder pijnlijk, dan de shit in de echte wereld? Als we niet uitkijken wordt de metaverse een surrogaat voor ons mens-zijn.’

‘Het gaat hier allemaal om mij, mij, mij. En om de toekomst. Meer, meer, meer, dikker, vetter, gelukkiger. Als gevolg daarvan vernietigen we niet alleen onszelf, maar ook de planeet.’

Is er nog wel hoop voor ons?

‘Er is buitengewoon veel hoop voor ons, maar we moeten nederig zijn en we moeten mens durven zijn. We dienen ons te realiseren, dat we eindig zijn en dat we een erfenis achterlaten. Dat is mijn bredere boodschap van een duurzaam leven. Ieder mens moet de nederigheid hebben om te besef- fen dat we hier maar kort zijn en dat ons belangrijkste doel is om te zorgen voor deze kleine planeet in het belang van de generaties na ons. Dus iedereen moet wakker worden en de achteruitgang stoppen. Als ons dat lukt - en ik realiseer me dat dat klinkt als een soort van evangelische bezwering - denk ik dat de mensheid een buitengewoon grote kans heeft om te overleven.’

U zegt dat u geen dominee wilt zijn, maar het klinkt wel een beetje zo.

‘Ik wil niet met een witte mantel op een podium staan en met kaarsen zwaaien. Ik heb na mijn zeventiende nul onderwijs genoten en ik ben nu 55. De meeste antropologen vinden mijn werk niets. Maar anders dan zij, heb ik sinds mijn zeventiende een enorme hoeveelheid autodidactische kennis vergaard om dat duurzame verhaal voor mezelf te definiëren. Mijn verhaal is niet academisch of wetenschappelijk. Het is een soort filosofische, emotionele en autodidactische manier om dat duurzame verhaal te vertellen. Want hoe ouder ik word, hoe meer ik de relatie tussen mijn reis naar mijn eigen duurzame Jimmy en duurzaamheid in de bredere zin begin te begrijpen en hoe meer ik de urgentie voel om dit te delen. Ik gebruik mijn camera om dat te doen. Het is een artistieke schreeuw naar de wereld. Kijk naar deze mensen, het zijn onze superhelden!’

Fotografeert u om die reden op zo’n gestileerde manier? Dat is u bij ‘Before they pass away’ op felle kritiek komen te staan.

‘In de ontwikkelde wereld fotograferen we onszelf op een heel geïdealiseerde, gestileerde manier. Vogue, Marie Claire, Elle, Time Magazine, ze trekken alles uit de kast om onszelf zo goed mogelijk te verkopen. Waarom zou ik dat niet mogen? Ik gebruik geen make-up, geen Photoshop, geen kunstlicht. Mijn portretten zijn puur, met alleen deze mensen op hun mooist, in hun natuurlijke omgeving. Natuurlijk zijn mijn foto’s gearrangeerd. Mensen staan niet onder een waterval te wachten tot de zon opkomt. Maar mijn boek is geen documentaire. Het is mijn persoonlijke, artistieke, romantische weergave van de diversiteit en schoonheid van inheemse volkeren. Waarom zou ik deze mensen niet op hetzelfde voetstuk mogen plaatsen als onszelf?’

Als ik u goed beluister, moeten we twee dingen doen om echt duurzaam te kunnen leven: We moeten het emotionele contact met onszelf en elkaar koesteren en we moeten de verbinding met onze natuurlijke omgeving herstellen.

‘Om de schoonheid van de wereld en de mensheid te voelen, moet je de schoonheid in jezelf voelen. My work is a mirror of who we are and who we could be. Word weer een kind, word weer verliefd op dat gevoel van verbinding. Het gevoel dat alles mogelijk is en alles prachtig is. Deze inheemse volkeren zijn onze voorbeelden, onze helden en heldinnen, die ons kunnen uitleggen hoe we dat moeten doen.’

‘Het is mijn droom om de mensheid te verbinden door een gevoel van liefde voor onszelf, elkaar en de aarde. Alleen dan kunnen we onze planeet in stand houden.’

‘De mensen die ik meemaak en fotografeer, zijn de laatste beschermers van een kennis en een wijsheid die we in het westen kwijt zijn, maar die we als mensheid nodig hebben om een duurzaam bestaan te vinden. Ik begrijp dat dat allemaal erg romantisch klinkt, maar ik geloof echt dat het een verhaal is dat moet worden verteld. Het is mijn droom om de mensheid te verbinden door een gevoel van liefde voor onszelf, elkaar en de aarde. Alleen dan kunnen we onze planeet in stand houden. Ga de wereld in, zie de schoonheid ervan en gebruik die als inspiratie voor je eigen duurzame reis. It's all there.’

In ‘Before they pass away’ (2013), een magistraal fotoboek van bijna zes kilo, waarvoor hij 2,5 jaar over de wereld reist, legt kunstenaar Jimmy Nelson 35 stammen vast. Zijn gestileerde portretten zijn een viering van de diversiteit en schoonheid van inheemse volkeren. Het boek levert Nelson grote naamsbekendheid op.

 

Over FSIN-publicatie Beyond
Dit artikel vormt één van de vele verhalen uit de FSIN Jubileumpublicatie 2023: Beyond, Samen toekomstbestendig: vorm geven aan een duurzame foodsector. Deze publicatie is verzorgd door The Food Research Company in opdracht van het FoodService Instituut Nederland (FSIN). The Food Research Company is verantwoordelijk voor alle publicaties van het FSIN.

Voor leden
De FSIN-publicatie Beyond is alleen beschikbaar voor leden van het FSIN en te downloaden door in te loggen op de site. Nog geen lid van het FSIN? Lees meer over de voordelen van een lidmaatschap van het FSIN en doe mee!

Actueel nieuws

Word lid en krijg toegang tot relevante foodservice- en foodretaildata

243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap