Vrede is de échte winst van het Draghi-plan

Radboud Bergevoet, hoofdredacteur van het FoodService Instituut Nederland (FSIN), schreef aan de hand van de presentatie van prof. dr. Harald Benink tijdens de FSIN Directieleden-sessie en de doorrekening van de verkiezingsprogramma's, een blog.
Columns/blogs

13 oktober 2025

Tijdens de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s bleek dat veel politieke partijen zich gedwongen zien tot maatregelen om de extra miljarden aan onder meer defensie te kunnen betalen. Dat kwam niet als een verrassing.

Nederland staat voor een aantal grote opgaven die consumenten direct zullen raken. De uitgaven aan defensie groeien met miljarden per jaar. De vergrijzing zorgt dat de zorgkosten explosief stijgen. Er zijn grote investeringen in het energienet nodig en de woningmarkt moet van het slot. Er zitten hogere, wettelijk verplichte (EU) klimaatuitgaven aan te komen en de wereldwijde opwarming zorgt voor toenemende schade en oplopende kosten van voedingsmiddelen. 

Tegenover deze stijgende kosten, staan een zeer beperkte economische groei en een lage arbeidsproductiviteit. De verwachte bbp-groei van 1% per jaar is weinig spectaculair en de lage groei van de arbeidsproductiviteit - een belangrijke motor voor welvaart – is met 0,0% tot 0,4% per jaar ronduit zorgelijk.

Toch zullen al die extra uitgaven op de een of andere manier moeten worden gedekt. Het achttiende rapport van de Studiegroep Begrotingsruimte (SBR), getiteld ‘De toekomst begint nu’ (juli 2025), adviseert het nieuwe kabinet om structureel €7 miljard te besparen of extra inkomsten genereren om de staatsschuld stabiel te houden. Het extra belasten van consumptie is een van de genoemde opties. Voor de foodsector zijn dit zorgelijke ontwikkelingen. Over de hele breedte staan de winstmarges onder druk. Verdere lastenverzwaringen en nog hogere kosten van eten en drinken zijn ronduit slecht nieuws. 

Meer investeren

Een uitweg is meer investeren. Op de langere termijn versnellen grote investeringen de groei van de economie en hopelijk ook de arbeidsproductiviteit, wat de inkomsten van de overheid verhoogt en de koopkracht van burgers vergroot. Zonder extra groei dreigen de collectieve uitgaven onhoudbaar worden. Tegen 2035 stijgen zorg- en defensie-uitgaven met tientallen miljarden, terwijl de vergrijzing en het woningtekort de druk verder opvoeren. Zonder groei rest slechts lastenverzwaring of bezuinigingen. Kortom: om de vloedgolf aan lastenverzwaringen op te vangen, is een Deltaplan voor investeringen nodig.

Maar kunnen en durven we nog te investeren voor de langere termijn? Sinds het begin van deze eeuw daalt in Europa en in Nederland de groei van de economie en de productiviteit. Voor defensie en tech (internet, AI) zijn we afhankelijk geworden van de VS en China. En terwijl de Verenigde Staten en China hun economische slagkracht versterken via massale overheidsinvesteringen in technologie, defensie en energie-onafhankelijkheid, worstelt Europa met lage productiviteitsgroei, versnipperde kapitaalmarkten en chronisch onder-investeren. Op die manier groeit de kloof met de VS en China alleen maar verder. Op den duur dreigt Europa economisch irrelevant te worden. 

Een ambitieuze Europese investeringsagenda was het onderwerp van de recente FSIN Directieleden-sessie. Prof. dr. Harald Benink, hoogleraar aan Tilburg University, verzorgde een presentatie over het plan Draghi. Draghi stelt vier pijlers voor: een Europese Investeringsbank (EIB) met meer kapitaal, de uitgifte van eurobonds, een voltooide kapitaalmarktunie in plaats van versnipperde nationale kapitaalmarkten en een gezamenlijke industriële en defensieagenda. 

Veel risico's

Voor Nederland kleven er veel risico’s aan zo’n Europees investeringsplan. Nederland heeft een gezonde begroting en AAA-rating en draagt relatief veel bij aan Europese fondsen. Gezamenlijke leningen betekenen hogere rentekosten dan wanneer Nederland zelf leent. Tegelijk zullen veel investeringen in Zuid- en Midden-Europa belanden. Nederland betaalt, maar profiteert beperkt. Europese investeringen helpen onze economie indirect, maar de voordelen komen laat en zijn diffuus. Op korte termijn kan het effect voor ons land zelfs negatief zijn. Dat is een groot risico voor het draagvlak voor Europa, dat in ons land toch al niet overhoudt. Onze eigen minister van Financiën, Eelco Heinen (VVD), vond het onlangs ‘niet zo slim’ dat het CDA openstaat voor het aangaan van eurobonds. Het draagvlak voor Europa is (nog) breed, maar niet erg diep.

Bovendien zijn Europese financieringsprogramma’s complex. Multinationals en onderzoeksinstellingen met krachtige lobby’s domineren, terwijl kleinere, nationale ondernemingen en mkb’s afhaken. En dan zijn er nog de terechte twijfels over de uitvoering. De Europese bureaucratie is berucht. Bij een succesvolle uitvoering van het Draghi-plan wordt Europa een stabiel machtsblok met hogere productiviteit en energiezekerheid. Nederland profiteert via export en innovatie. Mislukt het, dan versnipperen fondsen, mislukken kostbare projecten, stijgen de schulden, stagneert de groei en brokkelt de solidariteit af. Nederland betaalt, maar ziet niets terug. 

Narratief vrede

Daarom is een ander narratief nodig; een narratief dat meer hoop biedt dan alleen materiële welvaart en dat de risico’s acceptabel maakt. Dat andere narratief is vrede. De Europese Investeringsbank is geen bank, maar een vredesmechanisme. Door gezamenlijke investeringen worden Europese landen economisch en financieel verweven en strategisch minder afhankelijk van China en de VS. De oorlog in Oekraïne heeft aangetoond hoe afhankelijk Europa is. De Europese Investeringsbank moet helpen tech-, energie- en defensie-onafhankelijkheid op te bouwen. 

De Europese Unie is ooit geboren uit angst voor een nieuwe oorlog en gebouwd op economische samenwerking. Mario Draghi’s oproep tot een gezamenlijke investeringsagenda via een Europese Investeringsbank, een kapitaalmarktunie, eurobonds en een gezamenlijke industriële strategie is precies dat: een poging om vrede te bewaren via gebundelde economische kracht. Waar in 1951 de gemeenschappelijke productie van kolen en staal de vrede moest garandeerden, moeten nu chips, data, defensie en groene energie dat doen. Economische samenwerking is opnieuw de basis van vrede. Voor Nederland is dat de ultieme winst: stabiliteit als voorwaarde voor welvaart. In een polariserend Nederland beklijft zo’n boodschap hopelijk meer dan discutabele economische rendementen.

Actueel nieuws

Word lid en krijg toegang tot relevante foodservice- en foodretaildata

243 leden gebruiken onze data. Voordelen lidmaatschap